1. Op geschillen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening blijven ten aanzien van de bevoegdheid en de rechtsvordering de bepalingen van toepassing, geldende ten tijde van de ontvangst van het verzoekschrift.
2. Besluiten genomen op grond van
artikel 2, vierde lid, van de Verordening op de Raad voor Geschillen 2012 van 28 juni 2012 (Stcrt. 2013, 732) en
artikel 2, vierde lid, van de Verordening op de Raad voor Geschillen 2012 van 28 juni 2012 (Stcrt. 2013, 748) die gelden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht te zijn genomen op grond van deze verordening.