BWBR0034790
Geldig vanaf 11-02-2014
Artikel 5
Herdenking Slavernijverleden
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor samenwerking geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor het cultureel erfgoed en de hedendaagse beeldende kunst en de burger. Daarbij beoordeelt het in onderlinge samenhang of:
– het voorgelegde plan zich in inhoud, opzet en uitvoering onderscheidt van de andere aanvragen;
– de aanvrager inhoudelijke en organisatorische expertise bezit;
– de aanvraag het vertrouwen wekt dat het eindresultaat succesrijk en van een bijzondere kwaliteit is;
– het voorgelegde plan bijdraagt aan de continuïteit van de herdenking en het effect hiervan op de langere termijn;
– de aanvraag blijk geeft van een doordachte en realistische publieksbenadering, waarbij het slavernijverleden onder de aandacht wordt gebracht van verschillende doelgroepen en wordt bijgedragen aan een groter draagvlak voor de herdenking.
2. Indien door twee of meer partijen wordt samengewerkt wordt dit in principe in positief meegewogen.
3. Bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in deze regeling hanteert het adviesorgaan de volgende procedure:
a. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
b. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
c. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage alsmede de periode waarover de bijdrage verstrekt wordt.
d. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Alsdan onderbouwt het zijn prioritering.
– het voorgelegde plan zich in inhoud, opzet en uitvoering onderscheidt van de andere aanvragen;
– de aanvrager inhoudelijke en organisatorische expertise bezit;
– de aanvraag het vertrouwen wekt dat het eindresultaat succesrijk en van een bijzondere kwaliteit is;
– het voorgelegde plan bijdraagt aan de continuïteit van de herdenking en het effect hiervan op de langere termijn;
– de aanvraag blijk geeft van een doordachte en realistische publieksbenadering, waarbij het slavernijverleden onder de aandacht wordt gebracht van verschillende doelgroepen en wordt bijgedragen aan een groter draagvlak voor de herdenking.
2. Indien door twee of meer partijen wordt samengewerkt wordt dit in principe in positief meegewogen.
3. Bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in deze regeling hanteert het adviesorgaan de volgende procedure:
a. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
b. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
c. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage alsmede de periode waarover de bijdrage verstrekt wordt.
d. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Alsdan onderbouwt het zijn prioritering.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034790
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl