BWBR0035154
Geldig vanaf 06-06-2014
Artikel 3
Mandaatbesluit NIWO
1. De Directeur maakt van het hem verleende mandaat uitsluitend gebruik, voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en die naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de CVB.
2. De in het eerste lid genoemde aangelegenheden doen zich voor ten aanzien van het nemen van besluiten en het afdoen van daarmee verband houdende stukken betreffende:
a. Aanvragen voor een verlening van de communautaire vergunning die betrekking heeft op maximaal tien voertuigen waarbij sprake is van een inwilliging en een interne vervoersmanager de vakbekwaamheid inbrengt;
b. Aanvragen voor de verlenging van de communautaire vergunning waarbij sprake is van een inwilliging;
c. Niet ontvankelijk verklaren van aanvragen voor een communautaire vergunning of een verlenging hiervan indien ondanks herhaald verzoek geen of onvoldoende stukken zijn overgelegd;
d. Aanvragen voor een communautaire vergunning waarbij sprake is van een inwilliging en waarbij beroep wordt gedaan op de vrijstelling van de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6 van de Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO;
e. Intrekkingen van een communautaire vergunning omdat de vergunninghouder buiten het toepassingsbereik van verordening 1071/2009/EG en de WWG valt of niet meer wordt voldaan aan de eisen als bedoeld in artikel 1 van de Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO;
f. Opleggen van een last onder dwangsom en het nemen van de daaropvolgende besluiten bij een overtreding als bedoeld in artikel 3.6 van de WWG, waarbij geen sprake is van een bezwaarprocedure;
g. Aanvragen van een Bibob-advies bij Bureau Bibob.
2. De in het eerste lid genoemde aangelegenheden doen zich voor ten aanzien van het nemen van besluiten en het afdoen van daarmee verband houdende stukken betreffende:
a. Aanvragen voor een verlening van de communautaire vergunning die betrekking heeft op maximaal tien voertuigen waarbij sprake is van een inwilliging en een interne vervoersmanager de vakbekwaamheid inbrengt;
b. Aanvragen voor de verlenging van de communautaire vergunning waarbij sprake is van een inwilliging;
c. Niet ontvankelijk verklaren van aanvragen voor een communautaire vergunning of een verlenging hiervan indien ondanks herhaald verzoek geen of onvoldoende stukken zijn overgelegd;
d. Aanvragen voor een communautaire vergunning waarbij sprake is van een inwilliging en waarbij beroep wordt gedaan op de vrijstelling van de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6 van de Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO;
e. Intrekkingen van een communautaire vergunning omdat de vergunninghouder buiten het toepassingsbereik van verordening 1071/2009/EG en de WWG valt of niet meer wordt voldaan aan de eisen als bedoeld in artikel 1 van de Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO;
f. Opleggen van een last onder dwangsom en het nemen van de daaropvolgende besluiten bij een overtreding als bedoeld in artikel 3.6 van de WWG, waarbij geen sprake is van een bezwaarprocedure;
g. Aanvragen van een Bibob-advies bij Bureau Bibob.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035154
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl