BWBR0035362
Geldig vanaf 2019-05-22
Artikel 8.9
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
1. De Wet maatschappelijke ondersteuningwordt ingetrokken, onverminderd de rechten en verplichtingen die onmiddellijk voor het tijdstip waarop artikel 2.1.1in werking is getreden, voor betrokkene zijn verbonden aan een met toepassing van de Wet maatschappelijke ondersteuningdoor het college genomen besluit waarbij aanspraak is verstrekt op een individuele voorziening in natura of het ontvangen van een persoonsgebonden budget dan wel een financiële tegemoetkoming.
2. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van enig artikel van deze wet, blijft van toepassing ten aanzien van besluiten genomen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
3. Artikel 25 van de Wet maatschappelijke ondersteuningblijft van toepassing op de roerende zaken, voor de aanschaf waarvan krachtens die wet een financiële tegemoetkoming is verstrekt, die zijn aangeschaft met een persoonsgebonden budget of die krachtens die wet in eigendom of bruikleen zijn verstrekt.
4. Het college en Onze Minister geven met betrekking tot het kalenderjaar waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden, uitvoering aan artikel 9 van de Wet maatschappelijke ondersteuningvoor 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar onderscheidenlijk 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.
5. De artikelen 11en 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuningzijn van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van de vaststelling van het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2, en de verordening, bedoeld in artikel 2.1.3.
2. Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van enig artikel van deze wet, blijft van toepassing ten aanzien van besluiten genomen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
3. Artikel 25 van de Wet maatschappelijke ondersteuningblijft van toepassing op de roerende zaken, voor de aanschaf waarvan krachtens die wet een financiële tegemoetkoming is verstrekt, die zijn aangeschaft met een persoonsgebonden budget of die krachtens die wet in eigendom of bruikleen zijn verstrekt.
4. Het college en Onze Minister geven met betrekking tot het kalenderjaar waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden, uitvoering aan artikel 9 van de Wet maatschappelijke ondersteuningvoor 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar onderscheidenlijk 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.
5. De artikelen 11en 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuningzijn van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van de vaststelling van het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2, en de verordening, bedoeld in artikel 2.1.3.