BWBR0035391
Geldig vanaf 2014-10-01
Artikel 2
Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet
De minister kan aan een organisatie een subsidie verstrekken:
a. vervallen;
b. vervallen;
c. ten behoeve van de kosten die een organisatie, die voor de bekostiging van een voorziening afhankelijk is van een groot aantal gemeenten, moet maken om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen, indien die bekostiging door gemeenten, ondanks aantoonbare inspanningen van de organisatie, vanwege het grote aantal betrokken gemeenten mogelijk gedurende enige tijd op zich laat wachten. Van een groot aantal betrokkenen is sprake: 1° indien een organisatie zowel in ten minste 10 samenwerkingsregio’s een omzet heeft behaald van ten minste 2% per regio als in ten hoogste 2 samenwerkingsregio’s een omzet van ten hoogste 30% per regio heeft behaald en in alle andere regio’s een omzet van ten hoogste 20% per regio heeft behaald, of
2° indien de organisatie in tenminste 20 gemeenten omzet heeft gerealiseerd en in tenminste 3 samenwerkingsregio’s minimaal 2% van de omzet heeft behaald en gecontracteerd is voor minimaal 20 intramurale plaatsen. Bij de bepaling van de omzet wordt uitgegaan van het meest recente jaar waarin de jaarrekening, voorzien van een controleverklaring, is vastgesteld.
1° indien een organisatie zowel in ten minste 10 samenwerkingsregio’s een omzet heeft behaald van ten minste 2% per regio als in ten hoogste 2 samenwerkingsregio’s een omzet van ten hoogste 30% per regio heeft behaald en in alle andere regio’s een omzet van ten hoogste 20% per regio heeft behaald, of
2° indien de organisatie in tenminste 20 gemeenten omzet heeft gerealiseerd en in tenminste 3 samenwerkingsregio’s minimaal 2% van de omzet heeft behaald en gecontracteerd is voor minimaal 20 intramurale plaatsen.
a. vervallen;
b. vervallen;
c. ten behoeve van de kosten die een organisatie, die voor de bekostiging van een voorziening afhankelijk is van een groot aantal gemeenten, moet maken om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen, indien die bekostiging door gemeenten, ondanks aantoonbare inspanningen van de organisatie, vanwege het grote aantal betrokken gemeenten mogelijk gedurende enige tijd op zich laat wachten. Van een groot aantal betrokkenen is sprake: 1° indien een organisatie zowel in ten minste 10 samenwerkingsregio’s een omzet heeft behaald van ten minste 2% per regio als in ten hoogste 2 samenwerkingsregio’s een omzet van ten hoogste 30% per regio heeft behaald en in alle andere regio’s een omzet van ten hoogste 20% per regio heeft behaald, of
2° indien de organisatie in tenminste 20 gemeenten omzet heeft gerealiseerd en in tenminste 3 samenwerkingsregio’s minimaal 2% van de omzet heeft behaald en gecontracteerd is voor minimaal 20 intramurale plaatsen. Bij de bepaling van de omzet wordt uitgegaan van het meest recente jaar waarin de jaarrekening, voorzien van een controleverklaring, is vastgesteld.
1° indien een organisatie zowel in ten minste 10 samenwerkingsregio’s een omzet heeft behaald van ten minste 2% per regio als in ten hoogste 2 samenwerkingsregio’s een omzet van ten hoogste 30% per regio heeft behaald en in alle andere regio’s een omzet van ten hoogste 20% per regio heeft behaald, of
2° indien de organisatie in tenminste 20 gemeenten omzet heeft gerealiseerd en in tenminste 3 samenwerkingsregio’s minimaal 2% van de omzet heeft behaald en gecontracteerd is voor minimaal 20 intramurale plaatsen.