BWBR0035405
Geldig vanaf 29-07-2014
Artikel 5.2
Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit
1. Er is een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 62 van de Wbp.
2. De functionaris voor de gegevensbescherming heeft, naast het houden van toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, in ieder geval tot taak:
a. het periodiek rapporteren aan de raad van bestuur over de naleving van de wet binnen de Kansspelautoriteit;
b. het bijhouden van een voor een ieder kosteloos raadpleegbaar meldingenregister;
c. het begeleiden en verzorgen van contacten tussen de raad van bestuur en het college;
d. het, voortvloeiende uit het toezicht, adviseren van de raad van bestuur en van de medewerkers over de toepassing en uitvoering van de Wbp en dit reglement;
e. het geven van voorlichting over de Wbp, over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij beleidsontwikkelingen binnen de Kansspelautoriteit, alsmede over de wijze waarop toezicht wordt gehouden;
f. het toezien op de afwikkeling van klachten en het evalueren van incidenten met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens binnen de Kansspelautoriteit.
3. De functionaris voor de gegevensbescherming beschikt voor de uitoefening van het toezicht over de bevoegdheden als bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De functionaris voor de gegevensbescherming maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
4. Een ieder die werkzaam is onder het gezag van de raad van bestuur alsmede een bewerker of een ieder die onder het gezag van een bewerker persoonsgegevens verwerkt, is verplicht aan de functionaris voor de gegevensbescherming alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij een geheimhoudingsplicht uit hoofde van een wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.
2. De functionaris voor de gegevensbescherming heeft, naast het houden van toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, in ieder geval tot taak:
a. het periodiek rapporteren aan de raad van bestuur over de naleving van de wet binnen de Kansspelautoriteit;
b. het bijhouden van een voor een ieder kosteloos raadpleegbaar meldingenregister;
c. het begeleiden en verzorgen van contacten tussen de raad van bestuur en het college;
d. het, voortvloeiende uit het toezicht, adviseren van de raad van bestuur en van de medewerkers over de toepassing en uitvoering van de Wbp en dit reglement;
e. het geven van voorlichting over de Wbp, over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij beleidsontwikkelingen binnen de Kansspelautoriteit, alsmede over de wijze waarop toezicht wordt gehouden;
f. het toezien op de afwikkeling van klachten en het evalueren van incidenten met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens binnen de Kansspelautoriteit.
3. De functionaris voor de gegevensbescherming beschikt voor de uitoefening van het toezicht over de bevoegdheden als bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De functionaris voor de gegevensbescherming maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
4. Een ieder die werkzaam is onder het gezag van de raad van bestuur alsmede een bewerker of een ieder die onder het gezag van een bewerker persoonsgegevens verwerkt, is verplicht aan de functionaris voor de gegevensbescherming alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij een geheimhoudingsplicht uit hoofde van een wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.
- Citeren als
- Art. 5.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035405
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl