BWBR0035456
Geldig vanaf 13-08-2014
Artikel 6
Deelregeling Veiligheidszorg
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een bijdrage veiligheidszorg geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor het cultureel erfgoed. Daarbij worden de volgende aspecten gehanteerd in onderlinge samenhang:
– Het cultuurhistorische belang van de collectie van de instelling(en);
– Het belang en de meerwaarde van het voorgelegde plan en het effect hiervan op de langere termijn;
– Het vertrouwen dat de aanvraag, de betrokken instellingen en specialisten wekken dat het eindresultaat succesrijk en van een bijzondere kwaliteit zal zijn en duurzaam wordt toegepast.
2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een inhoudelijke meerwaarde heeft.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
5. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage alsmede de periode waarover de financiële bijdrage verstrekt wordt.
6. Voorafgaand aan de aanvraagronde kan het bestuur het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Alsdan onderbouwt het die prioritering.
– Het cultuurhistorische belang van de collectie van de instelling(en);
– Het belang en de meerwaarde van het voorgelegde plan en het effect hiervan op de langere termijn;
– Het vertrouwen dat de aanvraag, de betrokken instellingen en specialisten wekken dat het eindresultaat succesrijk en van een bijzondere kwaliteit zal zijn en duurzaam wordt toegepast.
2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een inhoudelijke meerwaarde heeft.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
5. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage alsmede de periode waarover de financiële bijdrage verstrekt wordt.
6. Voorafgaand aan de aanvraagronde kan het bestuur het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Alsdan onderbouwt het die prioritering.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035456
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl