BWBR0035474
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 4.16.10
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. In afwijking van artikel 50 van het besluit houdt de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 4.16.2, eerste lid, onderdeel a, tevens de beschikking tot subsidievaststelling in.
2. Indien uit een studie volgt dat de vorming dan wel uitbreiding van een energiehub kansrijk is, geeft het eindverslag dat bij de aanvraag voor subsidievaststelling voor die studie wordt ingediend, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, in ieder geval inzicht in de volgende gegevens, voor zover subsidie is verleend voor het betreffende onderdeel van het ontwerp, bedoeld in artikel 4.16.2, eerste lid, onderdeel b:
a. de maatregelen gericht op het gezamenlijk organiseren van efficiënter of verminderd gebruik van de transportcapaciteit op het deel van het distributie- of transmissiesysteem waarop de beoogde dan wel bestaande energiehub-partners zijn aangesloten;
b. indien een maatregel als bedoeld in onderdeel a een groepstransportovereenkomst met de distributiesysteembeheerder dan wel transmissiesysteembeheerder betreft, het ontwerp van de contractvoorwaarden met de betreffende systeembeheerder en de vaststelling van de limieten van het groeps-gecontracteerd transportvermogen;
c. indien een studie heeft geleid tot de keuze voor een rechtsvorm dan wel de wijziging van een bestaande rechtsvorm: 1°. de ondernomen acties om tot een rechtsvorm te komen dan wel een bestaande rechtsvorm te wijzigen en de keuze voor de betreffende rechtsvorm;
2°. de oprichtingsakte en statuten, inclusief afspraken over de toe- en uittreding van ondernemingen;
3°. een bij de rechtsvorm passende overeenkomst met de leden of aandeelhouders;
1°. de ondernomen acties om tot een rechtsvorm te komen dan wel een bestaande rechtsvorm te wijzigen en de keuze voor de betreffende rechtsvorm;
2°. de oprichtingsakte en statuten, inclusief afspraken over de toe- en uittreding van ondernemingen;
3°. een bij de rechtsvorm passende overeenkomst met de leden of aandeelhouders;
d. indien de studie niet heeft geleid tot de keuze voor een rechtsvorm dan wel de wijziging van een bestaande rechtsvorm, een beschrijving van de ondernomen acties, onderzochte rechtsvormen en redenen die tot deze conclusie hebben geleid;
e. het ontwerp van de juridische afspraken tussen de aanvrager en beoogde energiehub-partners dan wel het ontwerp van de gewijzigde juridische afspraken tussen de bestaande energiehub-partners;
f. de businesscase voor de komende drie jaar, inclusief: 1°. een beschrijving van de kosten en baten en de wijze waarop deze kosten worden terugverdiend;
2°. een verrekenmodel voor de onderlinge afspraken en, voor zover van toepassing, de verdeelsleutel voor de afrekening van kosten en vergoedingen voor het gebruik van capaciteit of energie;
3°. een uitwerking van de financiering van de opstart.
1°. een beschrijving van de kosten en baten en de wijze waarop deze kosten worden terugverdiend;
2°. een verrekenmodel voor de onderlinge afspraken en, voor zover van toepassing, de verdeelsleutel voor de afrekening van kosten en vergoedingen voor het gebruik van capaciteit of energie;
3°. een uitwerking van de financiering van de opstart.
3. In aanvulling op het tweede lid, geeft het eindverslag, voor de onderdelen van het ontwerp waarvoor geen subsidie is verleend, inzicht in de ondernomen acties op dat gebied en de keuzes die daaruit zijn voortgevloeid.
4. Indien uit een studie volgt dat de vorming dan wel uitbreiding van een energiehub niet kansrijk is, geeft het eindverslag in ieder geval inzicht in:
a. de ondernomen acties voor de studie;
b. de betrokkenen bij de studie;
c. de onderzochte maatregelenpakketten en redenen die hebben geleid tot de conclusie dat de vorming dan wel uitbreiding van de energiehub niet kansrijk is;
d. de omstandigheden waaronder de vorming dan wel uitbreiding van een energiehub wel kansrijk zou zijn.
5. Onverminderd het tweede en vierde lid geeft het eindverslag inzicht in de wijze waarop de subsidieontvanger uitvoering heeft gegeven aan de verplichting tot deelname aan het provinciaal uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 4.16.8, tweede lid.
2. Indien uit een studie volgt dat de vorming dan wel uitbreiding van een energiehub kansrijk is, geeft het eindverslag dat bij de aanvraag voor subsidievaststelling voor die studie wordt ingediend, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, in ieder geval inzicht in de volgende gegevens, voor zover subsidie is verleend voor het betreffende onderdeel van het ontwerp, bedoeld in artikel 4.16.2, eerste lid, onderdeel b:
a. de maatregelen gericht op het gezamenlijk organiseren van efficiënter of verminderd gebruik van de transportcapaciteit op het deel van het distributie- of transmissiesysteem waarop de beoogde dan wel bestaande energiehub-partners zijn aangesloten;
b. indien een maatregel als bedoeld in onderdeel a een groepstransportovereenkomst met de distributiesysteembeheerder dan wel transmissiesysteembeheerder betreft, het ontwerp van de contractvoorwaarden met de betreffende systeembeheerder en de vaststelling van de limieten van het groeps-gecontracteerd transportvermogen;
c. indien een studie heeft geleid tot de keuze voor een rechtsvorm dan wel de wijziging van een bestaande rechtsvorm: 1°. de ondernomen acties om tot een rechtsvorm te komen dan wel een bestaande rechtsvorm te wijzigen en de keuze voor de betreffende rechtsvorm;
2°. de oprichtingsakte en statuten, inclusief afspraken over de toe- en uittreding van ondernemingen;
3°. een bij de rechtsvorm passende overeenkomst met de leden of aandeelhouders;
1°. de ondernomen acties om tot een rechtsvorm te komen dan wel een bestaande rechtsvorm te wijzigen en de keuze voor de betreffende rechtsvorm;
2°. de oprichtingsakte en statuten, inclusief afspraken over de toe- en uittreding van ondernemingen;
3°. een bij de rechtsvorm passende overeenkomst met de leden of aandeelhouders;
d. indien de studie niet heeft geleid tot de keuze voor een rechtsvorm dan wel de wijziging van een bestaande rechtsvorm, een beschrijving van de ondernomen acties, onderzochte rechtsvormen en redenen die tot deze conclusie hebben geleid;
e. het ontwerp van de juridische afspraken tussen de aanvrager en beoogde energiehub-partners dan wel het ontwerp van de gewijzigde juridische afspraken tussen de bestaande energiehub-partners;
f. de businesscase voor de komende drie jaar, inclusief: 1°. een beschrijving van de kosten en baten en de wijze waarop deze kosten worden terugverdiend;
2°. een verrekenmodel voor de onderlinge afspraken en, voor zover van toepassing, de verdeelsleutel voor de afrekening van kosten en vergoedingen voor het gebruik van capaciteit of energie;
3°. een uitwerking van de financiering van de opstart.
1°. een beschrijving van de kosten en baten en de wijze waarop deze kosten worden terugverdiend;
2°. een verrekenmodel voor de onderlinge afspraken en, voor zover van toepassing, de verdeelsleutel voor de afrekening van kosten en vergoedingen voor het gebruik van capaciteit of energie;
3°. een uitwerking van de financiering van de opstart.
3. In aanvulling op het tweede lid, geeft het eindverslag, voor de onderdelen van het ontwerp waarvoor geen subsidie is verleend, inzicht in de ondernomen acties op dat gebied en de keuzes die daaruit zijn voortgevloeid.
4. Indien uit een studie volgt dat de vorming dan wel uitbreiding van een energiehub niet kansrijk is, geeft het eindverslag in ieder geval inzicht in:
a. de ondernomen acties voor de studie;
b. de betrokkenen bij de studie;
c. de onderzochte maatregelenpakketten en redenen die hebben geleid tot de conclusie dat de vorming dan wel uitbreiding van de energiehub niet kansrijk is;
d. de omstandigheden waaronder de vorming dan wel uitbreiding van een energiehub wel kansrijk zou zijn.
5. Onverminderd het tweede en vierde lid geeft het eindverslag inzicht in de wijze waarop de subsidieontvanger uitvoering heeft gegeven aan de verplichting tot deelname aan het provinciaal uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 4.16.8, tweede lid.
- Citeren als
- Art. 4.16.10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035474
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl