BWBR0035601
Geldig vanaf 01-04-2015
Artikel 7
Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten
1. Dit artikel is van toepassing op een tracébesluit dat betrekking heeft op:
a. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan één zijde van de bestaande weg;
b. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan beide zijden van de bestaande weg;
c. een wegaanpassing als gevolg waarvan binnen 50 meter vanaf de gewijzigde ligging van het referentiepunt bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn.
2. In afwijking van artikel 6 wordt het groepsrisico met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit toeneemt.
3. Bij toepassing van het tweede lid wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de vervoerscijfers die zijn opgenomen in bijlage I bij de regeling, en
c. de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
a. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan één zijde van de bestaande weg;
b. een verbreding van de weg met twee of meer rijstroken aan beide zijden van de bestaande weg;
c. een wegaanpassing als gevolg waarvan binnen 50 meter vanaf de gewijzigde ligging van het referentiepunt bestaande of geprojecteerde kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn.
2. In afwijking van artikel 6 wordt het groepsrisico met toepassing van RBM-II berekend, indien het groepsrisico:
a. is gelegen tussen 0,1 maal de oriëntatiewaarde en 1 maal de oriëntatiewaarde en ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit met meer dan tien procent toeneemt, of
b. hoger is dan 1 maal de oriëntatiewaarde én ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het tracébesluit toeneemt.
3. Bij toepassing van het tweede lid wordt gebruik gemaakt van:
a. de HART;
b. de vervoerscijfers die zijn opgenomen in bijlage I bij de regeling, en
c. de huidige bevolkingsdichtheden en de overeenkomstig de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-tracébesluit vigerende bestemmingsplannen en ter inzage gelegde ontwerp-bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten bevolkingsdichtheden.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035601
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl