BWBR0035842
Geldig vanaf 03-12-2014
Artikel 3
Gedragscode Kamer van Koophandel
1. De leden vervullen geen nevenfuncties, die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.1Artikel 13, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
2. De leden melden het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van hun functie aan de minister.2Artikel 13, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
3. Nevenfuncties van de leden anders dan uit hoofde van hun functie, worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Kamer en bij de minister.3Artikel 13, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
4. De leden doen opgave van hun financiële belangen in ondernemingen en organisaties, indien deze de belangen van de Kamer, voor zover deze in verband staan met hun functievervulling, kunnen raken.
5. De leden zullen integer handelen, niet in concurrentie treden met de Kamer, geen schenkingen van de Kamer vorderen of aannemen, zichzelf ten laste van de Kamer geen ongerechtvaardigde voordelen verschaffen en geen zakelijke kansen benutten die aan de Kamer toekomen.
6. De leden nemen niet deel aan de behandeling en de besluitvorming over en vertegenwoordigen de Kamer niet inzake een onderwerp waarbij zij een (potentieel) tegenstrijdig belang hebben. Een (potentieel) tegenstrijdig belang wordt terstond in de vergadering van de Kamer gemeld waarbij alle relevante informatie wordt verschaft. Een tegenstrijdig belang bestaat in ieder geval wanneer de Kamer voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:
i) waarin een lid persoonlijk een materieel financieel belang houdt;
ii) waarvan een bestuurslid een familierechtelijke verhouding heeft met een lid; of
iii) waarbij een lid een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult.
7. Het is de leden niet toegestaan gedurende het eerste jaar na afloop van hun benoemingstermijn tegen beloning werkzaamheden te verrichten voor de Kamer, tenzij de minister hiervan beargumenteerd op de hoogte wordt gesteld.
2. De leden melden het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van hun functie aan de minister.2Artikel 13, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
3. Nevenfuncties van de leden anders dan uit hoofde van hun functie, worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Kamer en bij de minister.3Artikel 13, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
4. De leden doen opgave van hun financiële belangen in ondernemingen en organisaties, indien deze de belangen van de Kamer, voor zover deze in verband staan met hun functievervulling, kunnen raken.
5. De leden zullen integer handelen, niet in concurrentie treden met de Kamer, geen schenkingen van de Kamer vorderen of aannemen, zichzelf ten laste van de Kamer geen ongerechtvaardigde voordelen verschaffen en geen zakelijke kansen benutten die aan de Kamer toekomen.
6. De leden nemen niet deel aan de behandeling en de besluitvorming over en vertegenwoordigen de Kamer niet inzake een onderwerp waarbij zij een (potentieel) tegenstrijdig belang hebben. Een (potentieel) tegenstrijdig belang wordt terstond in de vergadering van de Kamer gemeld waarbij alle relevante informatie wordt verschaft. Een tegenstrijdig belang bestaat in ieder geval wanneer de Kamer voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:
i) waarin een lid persoonlijk een materieel financieel belang houdt;
ii) waarvan een bestuurslid een familierechtelijke verhouding heeft met een lid; of
iii) waarbij een lid een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult.
7. Het is de leden niet toegestaan gedurende het eerste jaar na afloop van hun benoemingstermijn tegen beloning werkzaamheden te verrichten voor de Kamer, tenzij de minister hiervan beargumenteerd op de hoogte wordt gesteld.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035842
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl