BWBR0035981
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 5.2
Verordening op de advocatuur
De advocaat oefent de praktijk uit op een of meer van de volgende wijzen:
a. zelfstandig, in een eenmanszaak of in de vorm van een praktijkrechtspersoon, waarover hij zeggenschap uitoefent;
b. in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3, waarbij de advocaat niet in dienst is van dat samenwerkingsverband;
c. in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9.
a. zelfstandig, in een eenmanszaak of in de vorm van een praktijkrechtspersoon, waarover hij zeggenschap uitoefent;
b. in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3, waarbij de advocaat niet in dienst is van dat samenwerkingsverband;
c. in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9.
- Citeren als
- Art. 5.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035981
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl