BWBR0036443
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 59
Wet raadgevend referendum
Ten aanzien van de stemming zijn de artikelen J 1, tweede tot en met vijfde lid, J 4, J 4a, J 5, eerste lid, J 7 tot en met J 8, J 10, J 11, eerste en tweede lid, J 12 tot en met J 19, J 21 tot en met J 31en J 35 tot en met J 38 van de Kieswetvan toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel J 5, eerste lid, de zinsnede «en dat ligt in het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden» buiten toepassing blijft;
b. in de artikelen J 5, eerste lid en J 7 in plaats van «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming;
c. in artikel J 11, eerste lid, in plaats van «het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden» wordt gelezen: het referendum;
d. in artikel J 24, eerste lid, in plaats van «de verkiezing» wordt gelezen: het referendum;
e. in artikel J 26, eerste lid, in plaats van «de kandidaat van zijn keuze» wordt gelezen: zijn keuze inzake de wet.
a. in artikel J 5, eerste lid, de zinsnede «en dat ligt in het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden» buiten toepassing blijft;
b. in de artikelen J 5, eerste lid en J 7 in plaats van «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming;
c. in artikel J 11, eerste lid, in plaats van «het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden» wordt gelezen: het referendum;
d. in artikel J 24, eerste lid, in plaats van «de verkiezing» wordt gelezen: het referendum;
e. in artikel J 26, eerste lid, in plaats van «de kandidaat van zijn keuze» wordt gelezen: zijn keuze inzake de wet.