BWBR0037179
Geldig vanaf 01-01-2016
Artikel 8
Verordening digitaal beslagregister voor gerechtsdeurwaarders
1. De verplichte raadpleging van het beslagregister voorafgaand aan het verrichten van een reeds opgedragen ambtshandeling geldt alleen ten aanzien van ambtshandelingen zoals bij Reglement nader bepaald.
2. De termijn tussen de voorafgaande raadpleging en de daaropvolgende ambtshandeling wordt nader bepaald bij Reglement.
3. Blijken ten laste van de schuldenaar twee of meer beslagen te zijn gelegd, dan is de gerechtsdeurwaarder bevoegd de gerechtsdeurwaarder die het oudste executoriale beslag heeft gelegd, dan wel met de inning en verdeling van de executieopbrengst is belast, nadere inlichtingen te vragen en verstrekt de laatste deze onverwijld. De inlichtingen strekken niet verder dan nodig om een redelijke schatting van de verhaalbaarheid van de vordering te vergemakkelijken. Dienaangaande kunnen bij Reglement nadere regels worden gesteld.
4. In ieder geval indien de gerechtsdeurwaarder bij raadpleging blijkt dat ten aanzien van de schuldenaar gegevens zijn geregistreerd waaruit redelijkerwijs voorzienbaar is dat de vordering waarop de opgedragen ambtshandeling betrekking heeft bij onveranderde omstandigheden niet binnen drie jaren na die raadpleging op de schuldenaar kan worden verhaald, dan informeert de gerechtsdeurwaarder aantoonbaar de opdrachtgever omtrent dit vooruitzicht. Wenst de opdrachtgever in weerwil daarvan dat de ambtshandeling wordt verricht, dan kan de gerechtsdeurwaarder de ambtshandeling slechts uitvoeren indien de opdrachtgever aantoonbaar heeft bevestigd dat hij bij zijn oorspronkelijk verzoek volhardt.
2. De termijn tussen de voorafgaande raadpleging en de daaropvolgende ambtshandeling wordt nader bepaald bij Reglement.
3. Blijken ten laste van de schuldenaar twee of meer beslagen te zijn gelegd, dan is de gerechtsdeurwaarder bevoegd de gerechtsdeurwaarder die het oudste executoriale beslag heeft gelegd, dan wel met de inning en verdeling van de executieopbrengst is belast, nadere inlichtingen te vragen en verstrekt de laatste deze onverwijld. De inlichtingen strekken niet verder dan nodig om een redelijke schatting van de verhaalbaarheid van de vordering te vergemakkelijken. Dienaangaande kunnen bij Reglement nadere regels worden gesteld.
4. In ieder geval indien de gerechtsdeurwaarder bij raadpleging blijkt dat ten aanzien van de schuldenaar gegevens zijn geregistreerd waaruit redelijkerwijs voorzienbaar is dat de vordering waarop de opgedragen ambtshandeling betrekking heeft bij onveranderde omstandigheden niet binnen drie jaren na die raadpleging op de schuldenaar kan worden verhaald, dan informeert de gerechtsdeurwaarder aantoonbaar de opdrachtgever omtrent dit vooruitzicht. Wenst de opdrachtgever in weerwil daarvan dat de ambtshandeling wordt verricht, dan kan de gerechtsdeurwaarder de ambtshandeling slechts uitvoeren indien de opdrachtgever aantoonbaar heeft bevestigd dat hij bij zijn oorspronkelijk verzoek volhardt.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037179
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl