BWBR0037552
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 9.5
Wet natuurbescherming
1. Goedkeuringen van faunabeheerplannen als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden voor het tijdvak waarvoor de desbetreffende faunabeheerplannen van kracht zijn als goedkeuringen als bedoeld in artikel 3.12, zevende lid.
2. Jachtakten als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Flora- en faunawetgelden als jachtakten als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a.
3. Valkeniersakten als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel b, van de Flora- en faunawetgelden als valkeniersakten als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid.
4. Erkenningen van jachtexamens als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel c, of artikel 40, tweede lid, van de Flora- en faunawetgelden als erkenningen als bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a, eerste onderscheidenlijk tweede zinsdeel.
5. Ontheffingen als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden als ontheffingen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid.
6. Besluiten als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden als besluiten tot het geven van opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid.
7. Ontheffingen als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden als ontheffingen als bedoeld in 3.17, eerste lid.
8. Ontheffingen als bedoeld in artikel 74a, tweede lid, van de Flora- en faunawetgelden als ontheffingen als bedoeld in artikel 3.32, tweede lid.
9. Koninklijke besluiten tot benoeming of herbenoeming van leden van de Commissie bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, bedoeld in artikel 82, derde lid, van de Flora- en faunawet, gelden als benoemingen, onderscheidenlijk herbenoemingen als bedoeld in artikel 3.41, derde lid.
2. Jachtakten als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Flora- en faunawetgelden als jachtakten als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a.
3. Valkeniersakten als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel b, van de Flora- en faunawetgelden als valkeniersakten als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid.
4. Erkenningen van jachtexamens als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel c, of artikel 40, tweede lid, van de Flora- en faunawetgelden als erkenningen als bedoeld in artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a, eerste onderscheidenlijk tweede zinsdeel.
5. Ontheffingen als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden als ontheffingen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid.
6. Besluiten als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden als besluiten tot het geven van opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid.
7. Ontheffingen als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawetgelden als ontheffingen als bedoeld in 3.17, eerste lid.
8. Ontheffingen als bedoeld in artikel 74a, tweede lid, van de Flora- en faunawetgelden als ontheffingen als bedoeld in artikel 3.32, tweede lid.
9. Koninklijke besluiten tot benoeming of herbenoeming van leden van de Commissie bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, bedoeld in artikel 82, derde lid, van de Flora- en faunawet, gelden als benoemingen, onderscheidenlijk herbenoemingen als bedoeld in artikel 3.41, derde lid.