BWBR0037579
Geldig vanaf 19-11-2015
Artikel 13
Subsidieregeling raadgevend referendum
1. De subsidieontvanger is in ieder geval verplicht:
a. de activiteit of activiteiten uit te voeren overeenkomstig de omschrijving van de activiteit of activiteiten die in de beschikking tot subsidieverstrekking is gegeven;
b. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de commissie van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem;
c. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de commissie zodra aannemelijk is dat de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. de in het kader van de subsidieverstrekking gevoerde administratie te bewaren tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling;
e. indien de subsidieontvanger een rechtspersoon is, voor de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt ontvangen en voor de overige activiteiten van de rechtspersoon een gescheiden administratie te voeren;
f. op verzoek van de commissie medewerking te verlenen aan een door de commissie ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de gesubsidieerde activiteiten hebben bijgedragen aan het doel van de subsidie.
2. De commissie kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie of die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit of activiteiten wordt of worden verricht.
a. de activiteit of activiteiten uit te voeren overeenkomstig de omschrijving van de activiteit of activiteiten die in de beschikking tot subsidieverstrekking is gegeven;
b. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de commissie van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem;
c. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de commissie zodra aannemelijk is dat de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. de in het kader van de subsidieverstrekking gevoerde administratie te bewaren tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling;
e. indien de subsidieontvanger een rechtspersoon is, voor de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt ontvangen en voor de overige activiteiten van de rechtspersoon een gescheiden administratie te voeren;
f. op verzoek van de commissie medewerking te verlenen aan een door de commissie ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de gesubsidieerde activiteiten hebben bijgedragen aan het doel van de subsidie.
2. De commissie kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie of die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit of activiteiten wordt of worden verricht.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037579
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl