BWBR0037755
Geldig vanaf 26-03-2016
Artikel 7
Klachtenregeling College sanering zorginstellingen
1. De klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
2. Het horen, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt door de directeur. Heeft de klacht betrekking op de directeur, dan vindt het horen plaats door de voorzitter.
3. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
4. Van het horen wordt een verslag gemaakt. Het verslag en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden aan het College en degene die gehoord is toegezonden.
2. Het horen, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt door de directeur. Heeft de klacht betrekking op de directeur, dan vindt het horen plaats door de voorzitter.
3. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
4. Van het horen wordt een verslag gemaakt. Het verslag en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden aan het College en degene die gehoord is toegezonden.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037755
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl