BWBR0037805
Geldig vanaf 01-02-2020
Artikel 6
Mandaatbesluit AR 2015
1. Aan de algemeen secretaris wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 4.11 van de Verordening op de advocatuur;
b. verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.14, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. het verstrekken van de verklaring, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, en het verstrekken van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid, van de Verordening op de advocatuur;
d. het verlengen van de termijn met ten hoogste twaalf maanden, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
e. het doorhalen van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan ondermandaat en ondermachtiging worden verleend.
a. het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 4.11 van de Verordening op de advocatuur;
b. verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.14, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. het verstrekken van de verklaring, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, en het verstrekken van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid, van de Verordening op de advocatuur;
d. het verlengen van de termijn met ten hoogste twaalf maanden, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
e. het doorhalen van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan ondermandaat en ondermachtiging worden verleend.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037805
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl