BWBR0037837
Geldig vanaf 2017-01-23
Artikel 3
Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs
1. Onverminderd artikel 5.21 van de wet, zorgt het bestuur van een instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan een experiment in de zin van dit besluit ervoor dat in geval van beëindiging van het desbetreffende experiment de onderwijscontinuïteit voor de betrokken studenten is gewaarborgd.
2. Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten of het experiment educatieve module stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment.
3. Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
4. Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen stelt de medezeggenschapsraad, of in geval van een universiteit, de universiteitsraad, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment.
5. Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen, op grond van de artikelen 9.30, eerste lid, of 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in de artikelen 9.30, derde lid, tweede volzin, of 10.16a, derde lid, tweede volzin, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
2. Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten of het experiment educatieve module stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment.
3. Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
4. Het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen stelt de medezeggenschapsraad, of in geval van een universiteit, de universiteitsraad, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment.
5. Indien het bestuur van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs die deelneemt aan het experiment flexstuderen, op grond van de artikelen 9.30, eerste lid, of 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in de artikelen 9.30, derde lid, tweede volzin, of 10.16a, derde lid, tweede volzin, in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.