BWBR0037931
Geldig vanaf 15-07-2022
Artikel 4a.2.5
Allocatiecode gas
Balansrelatie op het TTF
In een balansrelatie wordt de op het TTF gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende- en één balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden.
De gealloceerde hoeveelheid wordt bepaald door de inzet van één of meer van de onderstaande varianten:
Een balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke kunnen een balansrelatie beperken tot een of meer gespecificeerde afnamecategorieën binnen het gemeten verbruik binnen de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke.
De verdeling van de fysieke levering vindt plaats op basis van een vooraf door de balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijken genomineerd en geconfirmeerd percentage.
De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens.
De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft.
Voor de toepassing van een balansrelatie op het TTF:
– staat de balansontvangende partij als erkende programmaverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende netbeheerder vermeld
– wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit.
– worden de realisaties van de balansleverende partij onder de balansrelatie beschouwd als exitallocaties.
In een balansrelatie wordt de op het TTF gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende- en één balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden.
De gealloceerde hoeveelheid wordt bepaald door de inzet van één of meer van de onderstaande varianten:
Een balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke kunnen een balansrelatie beperken tot een of meer gespecificeerde afnamecategorieën binnen het gemeten verbruik binnen de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke.
De verdeling van de fysieke levering vindt plaats op basis van een vooraf door de balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijken genomineerd en geconfirmeerd percentage.
De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens.
De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft.
Voor de toepassing van een balansrelatie op het TTF:
– staat de balansontvangende partij als erkende programmaverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende netbeheerder vermeld
– wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit.
– worden de realisaties van de balansleverende partij onder de balansrelatie beschouwd als exitallocaties.
- Citeren als
- Art. 4a.2.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037931
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl