BWBR0038494
Geldig vanaf 01-07-2018
Artikel 1
Rijksvisumwet
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld;
b. Nederland: het land Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
c. Landen: de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten;
d. Openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
e. Visum voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen: beslissing van de bevoegde autoriteit dat op het moment van afgifte geen bezwaar bestaat tegen de toegang tot de landen en openbare lichamen;
f. Bevoegde autoriteit: − wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat;
− wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat;
g. Geldigheidsduur van een visum: het tijdvak waarbinnen na afgifte van een visum daarvan gebruik kan worden gemaakt voor het verkrijgen van toegang;
h. Verblijfstermijn: de maximale duur van het geoorloofd verblijf op grond van artikel 5, eerste lid;
i. Landsregelgeving: − wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land.
− wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land.
a. Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld;
b. Nederland: het land Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
c. Landen: de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten;
d. Openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
e. Visum voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen: beslissing van de bevoegde autoriteit dat op het moment van afgifte geen bezwaar bestaat tegen de toegang tot de landen en openbare lichamen;
f. Bevoegde autoriteit: − wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat;
− wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat;
g. Geldigheidsduur van een visum: het tijdvak waarbinnen na afgifte van een visum daarvan gebruik kan worden gemaakt voor het verkrijgen van toegang;
h. Verblijfstermijn: de maximale duur van het geoorloofd verblijf op grond van artikel 5, eerste lid;
i. Landsregelgeving: − wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land.
− wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
− wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land.
- Wet
- Rijksvisumwet
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038494
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl