BWBR0038600
Geldig vanaf 2017-05-13
Artikel 7a
Tijdelijke regeling voorziening leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen
1. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de aanvullende middelen die voor studiejaren 2017–2018, 2018–2019, 2019–2020 en 2020–2021 zijn verstrekt worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
2. De activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, worden uiterlijk in het studiejaar 2020–2021 verricht.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet dien verstande dat de subsidieontvanger op verzoek van de minister aantoont dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De verantwoording geschiedt met gebruikmaking van model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving, met dien verstande dat ook bij subsidieverstrekking van € 125.000 of meer de verantwoording niet hoeft te geschieden met model G, onderdeel 2.
2. De activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, worden uiterlijk in het studiejaar 2020–2021 verricht.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet dien verstande dat de subsidieontvanger op verzoek van de minister aantoont dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. De verantwoording geschiedt met gebruikmaking van model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving, met dien verstande dat ook bij subsidieverstrekking van € 125.000 of meer de verantwoording niet hoeft te geschieden met model G, onderdeel 2.