BWBR0038759
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 21
Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film
1. De aanvrager dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van nieuwe buitenlandse arthouse films te investeren. Daarbij geldt dat de filmproductie:
a. een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft; en
b. in het jaar van aankoop geselecteerd is voor één of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivalsvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl); of
c. als minoritaire Nederlandse coproductie is ondersteund met een bijdrage op grond van het deelreglement realisering van het Fonds.
2. De filmproducties moeten binnen 18 maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden na subsidieverlening een landelijke theatrical release krijgen in minimaal 6 bioscopen en/of filmtheaters alsmede een gedegen non theatrical release.
3. De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 7.500,–.
4. Indien de financiële bijdrage van het Fonds de totale kosten aan MG’s overstijgt, kan de filmdistributeur eventueel de resterende middelen besteden aan marketing & promotiekosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale marketing & promotiekosten van de filmproducties. Daarnaast dient van de totale bijdrage die voor slatefunding wordt verstrekt minimaal de helft aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten.
5. Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking evenals een filmproductie die reeds een distributiebijdrage heeft ontvangen van Creative Europe, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling;
6. Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.
a. een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft; en
b. in het jaar van aankoop geselecteerd is voor één of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijst internationale filmfestivalsvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl); of
c. als minoritaire Nederlandse coproductie is ondersteund met een bijdrage op grond van het deelreglement realisering van het Fonds.
2. De filmproducties moeten binnen 18 maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden na subsidieverlening een landelijke theatrical release krijgen in minimaal 6 bioscopen en/of filmtheaters alsmede een gedegen non theatrical release.
3. De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 7.500,–.
4. Indien de financiële bijdrage van het Fonds de totale kosten aan MG’s overstijgt, kan de filmdistributeur eventueel de resterende middelen besteden aan marketing & promotiekosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale marketing & promotiekosten van de filmproducties. Daarnaast dient van de totale bijdrage die voor slatefunding wordt verstrekt minimaal de helft aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten.
5. Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking evenals een filmproductie die reeds een distributiebijdrage heeft ontvangen van Creative Europe, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling;
6. Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038759
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl