BWBR0038761
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 4
Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
1. Realiseringsaanvragen in de categorie speelfilm worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste twee speelfilms met een bioscoopuitbreng in Nederland.
Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire internationale coproductie in de categorie speelfilm geldt dat de desbetreffende Nederlandse minoritaire coproducent reeds als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor tenminste één speelfilm met een bioscoopuitbreng in Nederland.
2. Realiseringsaanvragen in de categorie documentaire worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent, die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste twee (lange) documentaires met een bioscoopuitbreng of landelijke televisie-uitzending in Nederland.
Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire internationale coproductie in de categorie documentaire geldt dat de desbetreffende Nederlandse minoritaire coproducent reeds als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor tenminste één (lange) documentaire met een bioscoopuitbreng of landelijke televisie-uitzending in Nederland.
3. In afwijking van de voorgaande leden 1 en 2 kan binnen het programma New Screen NL een aanvraag in de categorie speelfilm (lowbudget) of documentaire (teledoc campus) worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een beginnend producent.
4. Realiseringsaanvragen in de categorie animatie met een vertoningsduur tot zestig minuten worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het realiseren en uitbrengen van tenminste twee vrije, niet in opdracht vervaardigde filmproducties op het gebied van animatie in Nederland. In voorkomende gevallen kan bij een relatief laag productiebudget van dit vereiste afgeweken worden.
Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire internationale coproductie in de categorie animatie met een vertoningsduur tot zestig minuten geldt dat de desbetreffende producent als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor het realiseren en uitbrengen van tenminste één vrije, niet in opdracht vervaardigde filmproductie op het gebied van animatie in Nederland.
5. Realiseringsaanvragen in de categorie filmisch experiment worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het realiseren en uitbrengen van tenminste twee vrije filmproducties in Nederland. In voorkomende gevallen kan bij een relatief laag productiebudget van dit vereiste afgeweken worden.
6. Een aanvraag voor de realisering van een korte film in de categorie fictie of documentaire van een regisseur die minder dan 4 jaar geleden is afgestudeerd aan een erkende beroepsopleiding voor film, wordt aangevraagd door een beginnend of ervaren producent. De betreffende producent dient een erkende beroepsopleiding voor film te hebben afgerond of tenminste één filmproductie binnen de desbetreffende categorie in de professionele film- en televisiesector te hebben gerealiseerd en uitgebracht;
7. Een aanvraag voor subsidie voor afwerking wordt gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent met aantoonbare ervaring in de professionele film-televisie praktijk en ervaring op het gebied van de betreffende categorie.
8. In afwijking van het voorgaande lid kan op grond van artikel 16 lid 5 een beperkte afwerkingsbijdrage worden aangevraagd door beginnende of ervaren producenten of door regisseurs die hun filmproductie zelf hebben geproduceerd.
Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire internationale coproductie in de categorie speelfilm geldt dat de desbetreffende Nederlandse minoritaire coproducent reeds als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor tenminste één speelfilm met een bioscoopuitbreng in Nederland.
2. Realiseringsaanvragen in de categorie documentaire worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent, die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste twee (lange) documentaires met een bioscoopuitbreng of landelijke televisie-uitzending in Nederland.
Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire internationale coproductie in de categorie documentaire geldt dat de desbetreffende Nederlandse minoritaire coproducent reeds als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor tenminste één (lange) documentaire met een bioscoopuitbreng of landelijke televisie-uitzending in Nederland.
3. In afwijking van de voorgaande leden 1 en 2 kan binnen het programma New Screen NL een aanvraag in de categorie speelfilm (lowbudget) of documentaire (teledoc campus) worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een beginnend producent.
4. Realiseringsaanvragen in de categorie animatie met een vertoningsduur tot zestig minuten worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het realiseren en uitbrengen van tenminste twee vrije, niet in opdracht vervaardigde filmproducties op het gebied van animatie in Nederland. In voorkomende gevallen kan bij een relatief laag productiebudget van dit vereiste afgeweken worden.
Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire internationale coproductie in de categorie animatie met een vertoningsduur tot zestig minuten geldt dat de desbetreffende producent als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor het realiseren en uitbrengen van tenminste één vrije, niet in opdracht vervaardigde filmproductie op het gebied van animatie in Nederland.
5. Realiseringsaanvragen in de categorie filmisch experiment worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het realiseren en uitbrengen van tenminste twee vrije filmproducties in Nederland. In voorkomende gevallen kan bij een relatief laag productiebudget van dit vereiste afgeweken worden.
6. Een aanvraag voor de realisering van een korte film in de categorie fictie of documentaire van een regisseur die minder dan 4 jaar geleden is afgestudeerd aan een erkende beroepsopleiding voor film, wordt aangevraagd door een beginnend of ervaren producent. De betreffende producent dient een erkende beroepsopleiding voor film te hebben afgerond of tenminste één filmproductie binnen de desbetreffende categorie in de professionele film- en televisiesector te hebben gerealiseerd en uitgebracht;
7. Een aanvraag voor subsidie voor afwerking wordt gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent met aantoonbare ervaring in de professionele film-televisie praktijk en ervaring op het gebied van de betreffende categorie.
8. In afwijking van het voorgaande lid kan op grond van artikel 16 lid 5 een beperkte afwerkingsbijdrage worden aangevraagd door beginnende of ervaren producenten of door regisseurs die hun filmproductie zelf hebben geproduceerd.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038761
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl