BWBR0038798
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 5
Algemeen Reglement Mondriaan Fonds 2017
1. Bij de beslissing over het verstrekken van een subsidie is kwaliteit altijd een criterium. Daaronder wordt begrepen de artistieke kwaliteit (heeft het werk of de activiteit de potentie om tot het nationaal cultureel erfgoed te gaan behoren of behoort het daar al toe); het cultuurhistorisch belang; de kwaliteit van de positie van de betrokken instelling/organisator/podium; en de kwaliteit van het oeuvre en de reputatie van de betrokken bemiddelaar.
2. Daarnaast kunnen, afhankelijk van het doel van de deelregeling de volgende criteria worden gehanteerd:
• context: waaronder verstaan wordt de artistieke context, zoals de reputatie van de plek waar de activiteit zich afspeelt, de uitstraling, de reputatie van de overige deelnemers aan de activiteit of van de instelling en/of personen waar de activiteit plaatsvindt, de inbedding plus het draagvlak en de culturele context, waaronder de achtergrond en diversiteit een rol spelen.
• het cultureel ondernemerschap: de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager, de wijze waarop de aanvrager naar buiten treedt om een publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden, de manier waarop de aanvrager zijn activiteiten omzet in (artistieke) erkenning en in samenhang daarmee in economisch rendement en de activiteiten van de aanvrager op publicitair, organisatorisch en didactisch gebied.
• zichtbaarheid: een overtuigende presentatie waarmee op inspirerende wijze een passend publiek wordt bereikt waardoor de burger zich aangesproken en betrokken voelt, waarbij het effect van de presentatie van belang is.
• samenwerking: de allianties die de aanvrager aangaat om verbinding te leggen met (andere) instellingen, opdrachtgevers en/of kunstenaars om een betekenisrijk project tot stand te brengen.
2. Daarnaast kunnen, afhankelijk van het doel van de deelregeling de volgende criteria worden gehanteerd:
• context: waaronder verstaan wordt de artistieke context, zoals de reputatie van de plek waar de activiteit zich afspeelt, de uitstraling, de reputatie van de overige deelnemers aan de activiteit of van de instelling en/of personen waar de activiteit plaatsvindt, de inbedding plus het draagvlak en de culturele context, waaronder de achtergrond en diversiteit een rol spelen.
• het cultureel ondernemerschap: de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager, de wijze waarop de aanvrager naar buiten treedt om een publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden, de manier waarop de aanvrager zijn activiteiten omzet in (artistieke) erkenning en in samenhang daarmee in economisch rendement en de activiteiten van de aanvrager op publicitair, organisatorisch en didactisch gebied.
• zichtbaarheid: een overtuigende presentatie waarmee op inspirerende wijze een passend publiek wordt bereikt waardoor de burger zich aangesproken en betrokken voelt, waarbij het effect van de presentatie van belang is.
• samenwerking: de allianties die de aanvrager aangaat om verbinding te leggen met (andere) instellingen, opdrachtgevers en/of kunstenaars om een betekenisrijk project tot stand te brengen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038798
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl