BWBR0038803
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 4
Deelregeling Opdrachtgeverschap 2017
1. Het bestuur stelt selectierondes voor aanvragen voor opdrachten vast conform artikel 4, eerste lid van het Algemeen Reglement van het Mondriaan Fonds.
2. Bij de beoordeling van een aanvraag geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van de opdracht voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en de zichtbaarheid daarvan voor een passend publiek en het effect op de ontwikkeling van het werk van de kunstenaar. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd in onderlinge samenhang:
• de rol en kwaliteit van de opdrachtgever,
• de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre, de ontwikkeling daarvan, en de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap,
• het belang van het werkplan voor de hedendaagse beeldende kunst wordt beoordeeld op grond van de inhoudelijke kwaliteit van het werkplan en indien van toepassing, de context van de activiteit,
• het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken,
• de meerwaarde van de samenwerking,
• de haalbaarheid van het voorstel.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
2. Bij de beoordeling van een aanvraag geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van de opdracht voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en de zichtbaarheid daarvan voor een passend publiek en het effect op de ontwikkeling van het werk van de kunstenaar. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd in onderlinge samenhang:
• de rol en kwaliteit van de opdrachtgever,
• de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre, de ontwikkeling daarvan, en de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap,
• het belang van het werkplan voor de hedendaagse beeldende kunst wordt beoordeeld op grond van de inhoudelijke kwaliteit van het werkplan en indien van toepassing, de context van de activiteit,
• het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken,
• de meerwaarde van de samenwerking,
• de haalbaarheid van het voorstel.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038803
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl