BWBR0038804
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 4
Deelregeling Projectinvestering Presentatie- en Erfgoedinstellingen 2017
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een projectinvestering instellingen geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het bijzondere belang van het projectvoorstel voor de hedendaagse beeldende kunst en/of het cultureel erfgoed en de burger. Daarbij beoordeelt het:
• of het voorgelegde plan op overtuigende wijze voorbeeldstellend of anderszins bijzonder is,
• of op inspirerende wijze een passend publiek wordt bereikt waardoor de relatie tussen kunst en/of het cultureel erfgoed en de burger wordt versterkt,
• of de kwaliteit van de positie van het betrokken platform, organisator of het podium, de reputatie van de betrokken bemiddelaar of curator van de instelling van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst of cultureel erfgoed in Nederland,
• het cultureel ondernemerschap, de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager en de wijze waarop deze naar buiten treedt om een publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden,
• de artistieke en culturele context, de uitstraling, de reputatie van de overige deelnemers aan de activiteit of van de instelling en/of personen waar de activiteit plaats, de inbedding plus het draagvlak waaronder de achtergrond en diversiteit een rol spelen,
• de allianties die de aanvrager aangaat om verbinding te leggen met anderen om een betekenisrijk project tot stand te brengen,
• het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken,
• in het geval van een gezamenlijke aanvraag met een beeldend kunstenaar: het oordeel over de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan, het plan en het oordeel over aspecten van het cultureel ondernemerschap.
2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd, telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan meerwaarde heeft.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage en over de periode waarover de financiële bijdrage verstrekt wordt.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
• of het voorgelegde plan op overtuigende wijze voorbeeldstellend of anderszins bijzonder is,
• of op inspirerende wijze een passend publiek wordt bereikt waardoor de relatie tussen kunst en/of het cultureel erfgoed en de burger wordt versterkt,
• of de kwaliteit van de positie van het betrokken platform, organisator of het podium, de reputatie van de betrokken bemiddelaar of curator van de instelling van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst of cultureel erfgoed in Nederland,
• het cultureel ondernemerschap, de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager en de wijze waarop deze naar buiten treedt om een publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden,
• de artistieke en culturele context, de uitstraling, de reputatie van de overige deelnemers aan de activiteit of van de instelling en/of personen waar de activiteit plaats, de inbedding plus het draagvlak waaronder de achtergrond en diversiteit een rol spelen,
• de allianties die de aanvrager aangaat om verbinding te leggen met anderen om een betekenisrijk project tot stand te brengen,
• het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken,
• in het geval van een gezamenlijke aanvraag met een beeldend kunstenaar: het oordeel over de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan, het plan en het oordeel over aspecten van het cultureel ondernemerschap.
2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd, telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan meerwaarde heeft.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage en over de periode waarover de financiële bijdrage verstrekt wordt.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038804
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl