BWBR0038805
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 2
Deelregeling Presentaties Buitenland 2017
1. Een bijdrage presentatie buitenland kan worden verstrekt aan buitenlandse instellingen en kunstenaars, gezamenlijk of individueel voor het tonen van werk van levende beeldende kunstenaars uit Nederland.
2. De bijdrage wordt alleen verstrekt indien de instelling, waar de presentatie plaatsvindt als belangrijkste doel heeft werk te tonen en niet primair is gericht op verkoop.
3. De presentatie dient betrekking te hebben op een kunstenaar of groep kunstenaars, die artistiek inhoudelijk actief is in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid geïntegreerd in de professionele beeldende kunstpraktijk in Nederland.
4. Een kunstenaar voor wie een bijdrage wordt verstrekt, dient ten minste drie jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd. Indien de aanvraag door de kunstenaar wordt ingediend, dient deze tevens één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar. Als het een instituut voor beeldende kunst en vormgeving betreft, moet een beeldende kunst curriculum zijn gevolgd.
5. De bijdrage is bedoeld voor kosten die niet in de reguliere begroting van een presentatie zijn opgenomen, zoals kosten die de zichtbaarheid van het werk vergroten en reis- en verblijfkosten van de kunstenaar.
6. Indien de aanvraag de productie van nieuw werk omvat, komt maximaal 50 procent van de daarmee gemoeide kosten in aanmerking voor een bijdrage. In de begroting dient een reëel honorarium voor de kunstenaar voor rekening van de aanvrager te zijn opgenomen.
7. Geen bijdrage wordt verstrekt indien de kunstenaar een financiële bijdrage moet leveren aan de presentatie, tenzij het bestuur zwaarwegende redenen ziet.
2. De bijdrage wordt alleen verstrekt indien de instelling, waar de presentatie plaatsvindt als belangrijkste doel heeft werk te tonen en niet primair is gericht op verkoop.
3. De presentatie dient betrekking te hebben op een kunstenaar of groep kunstenaars, die artistiek inhoudelijk actief is in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid geïntegreerd in de professionele beeldende kunstpraktijk in Nederland.
4. Een kunstenaar voor wie een bijdrage wordt verstrekt, dient ten minste drie jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd. Indien de aanvraag door de kunstenaar wordt ingediend, dient deze tevens één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar. Als het een instituut voor beeldende kunst en vormgeving betreft, moet een beeldende kunst curriculum zijn gevolgd.
5. De bijdrage is bedoeld voor kosten die niet in de reguliere begroting van een presentatie zijn opgenomen, zoals kosten die de zichtbaarheid van het werk vergroten en reis- en verblijfkosten van de kunstenaar.
6. Indien de aanvraag de productie van nieuw werk omvat, komt maximaal 50 procent van de daarmee gemoeide kosten in aanmerking voor een bijdrage. In de begroting dient een reëel honorarium voor de kunstenaar voor rekening van de aanvrager te zijn opgenomen.
7. Geen bijdrage wordt verstrekt indien de kunstenaar een financiële bijdrage moet leveren aan de presentatie, tenzij het bestuur zwaarwegende redenen ziet.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038805
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl