BWBR0038826
Geldig vanaf 09-06-2020
Artikel 2
Deelregeling Meerjarenprogramma’s Erfgoedinstellingen en Tijdschriften 2020
1. Een bijdrage kan worden verstrekt aan in Nederland gevestigde collectiebeherende erfgoedinstellingen en tijdschriften die een professioneel presentieplatform zijn en die tot primair doel hebben hedendaagse beeldende kunst en/of cultureel erfgoed te presenteren.
2. Een aanvraag kan worden ingediend voor een meerjarig programma dat bestaat uit een serie inhoudelijk samenhangende activiteiten die zich richten op presentatie en experiment. Het programma wordt uitgevoerd door een collectiebeherende erfgoedinstelling of een tijdschrift.
3. Geen bijdrage wordt toegekend aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.
4. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend, dient deze artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid geïntegreerd te zijn in de praktijk van de professionele beeldende kunst in Nederland.
5. De in het vierde lid bedoelde kunstenaar dient ten minste drie jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en minimaal één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar. Als het een instituut voor beeldende kunst en vormgeving betreft, moet een beeldende kunst curriculum zijn gevolgd.
6. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend, dient de financiële bijdrage die de aanvrager levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds. In de begroting dient een reëel honorarium voor de kunstenaar voor rekening van de aanvrager te zijn opgenomen.
7. In de toelichting bij het aanvraagformulier zijn het minimale bedrag van de bijdrage en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.
8. Een bijdrage in de kosten van vaste lasten kan niet worden verleend aan musea en andere collectiebeherende instellingen.
2. Een aanvraag kan worden ingediend voor een meerjarig programma dat bestaat uit een serie inhoudelijk samenhangende activiteiten die zich richten op presentatie en experiment. Het programma wordt uitgevoerd door een collectiebeherende erfgoedinstelling of een tijdschrift.
3. Geen bijdrage wordt toegekend aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.
4. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend, dient deze artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid geïntegreerd te zijn in de praktijk van de professionele beeldende kunst in Nederland.
5. De in het vierde lid bedoelde kunstenaar dient ten minste drie jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en minimaal één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar. Als het een instituut voor beeldende kunst en vormgeving betreft, moet een beeldende kunst curriculum zijn gevolgd.
6. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend, dient de financiële bijdrage die de aanvrager levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds. In de begroting dient een reëel honorarium voor de kunstenaar voor rekening van de aanvrager te zijn opgenomen.
7. In de toelichting bij het aanvraagformulier zijn het minimale bedrag van de bijdrage en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.
8. Een bijdrage in de kosten van vaste lasten kan niet worden verleend aan musea en andere collectiebeherende instellingen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038826
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl