BWBR0039442
Geldig vanaf 07-05-2009
Artikel 3.1
Bestuursreglement van de Koninklijke Bibliotheek
1. Binnen het kader van het door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde beleid berust de leiding van de Koninklijke Bibliotheek bij de directeur-bibliothecaris. (Ontleend aan art. 13.5, lid 1 van de wet).
2. De directeur-bibliothecaris heeft tot taak het beleid van het Algemeen Bestuurscollege voor te bereiden en ten uitvoer te leggen. (Ontleend aan art. 13.5, lid 2 van de wet).
3. De directeur-bibliothecaris is bevoegd om uitgaven te doen en verplichtingen aan te gaan binnen het kader van de door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde begroting.
4. Het Algemeen Bestuurscollege stelt een regeling op voor mandatering van bevoegdheden aan de directeur-bibliothecaris inzake personeelsbeleid en -beheer. De mandateringsregeling is opgenomen in een bijlage bij dit reglement.
2. De directeur-bibliothecaris heeft tot taak het beleid van het Algemeen Bestuurscollege voor te bereiden en ten uitvoer te leggen. (Ontleend aan art. 13.5, lid 2 van de wet).
3. De directeur-bibliothecaris is bevoegd om uitgaven te doen en verplichtingen aan te gaan binnen het kader van de door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde begroting.
4. Het Algemeen Bestuurscollege stelt een regeling op voor mandatering van bevoegdheden aan de directeur-bibliothecaris inzake personeelsbeleid en -beheer. De mandateringsregeling is opgenomen in een bijlage bij dit reglement.
- Citeren als
- Art. 3.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039442
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl