BWBR0039449
Geldig vanaf 05-06-1998
Artikel 3
Reglement voor de Raad van Toezicht
1. Ieder lid van de raad heeft één stem.
2. De raad neemt zijn besluiten in een vergadering waarbij tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is.
3. T.a.v. de besluitvorming geldt unanimiteit als uitgangspunt. Slechts indien dit niet mogelijk blijkt, wordt bij meerderheid van stemmen besloten.
4. Besluiten over onderwerpen die niet vooraf waren geagendeerd, kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen.
5. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
6. Stemming geschiedt mondeling, tenzij bij een stemming over personen een der leden anonieme stemming verlangt. Indat geval wordt gestemd met gesloten, ongetekende briefjes.
7. De leden van de raad stemmen zonder last of ruggespraak.
2. De raad neemt zijn besluiten in een vergadering waarbij tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is.
3. T.a.v. de besluitvorming geldt unanimiteit als uitgangspunt. Slechts indien dit niet mogelijk blijkt, wordt bij meerderheid van stemmen besloten.
4. Besluiten over onderwerpen die niet vooraf waren geagendeerd, kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen.
5. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
6. Stemming geschiedt mondeling, tenzij bij een stemming over personen een der leden anonieme stemming verlangt. Indat geval wordt gestemd met gesloten, ongetekende briefjes.
7. De leden van de raad stemmen zonder last of ruggespraak.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039449
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl