BWBR0039530
Geldig vanaf 01-01-2016
Artikel 2.1
Reglement raad van toezicht Staatsbosbeheer
1. Conform artikel 4 lid 2 van de Wet ziet de raad van toezicht toe op de werkzaamheden van de directeur. Voor zover de directeur een plaatsvervangend directeur heeft aangewezen richt dit toezicht zich ook op de werkzaamheden van de plaatsvervangend directeur als zodanig.
2. Het toezicht van de raad van toezicht op de werkzaamheden van de directeur omvat ten minste:
a. de realisatie van de doelstellingen van Staatsbosbeheer;
b. de strategie en de risico’s verbonden aan activiteiten;
c. de opzet en de werking van het financieel beheer en de interne risicobeheersings- en controlemechanismen opgezet conform het ‘three lines of defence model’;
d. het ondernemingsplan, het jaarverslag en het financiële verslag.
Van de uitkomsten van het toezicht ter zake doet de raad van toezicht melding in het jaarverslag.
2. Het toezicht van de raad van toezicht op de werkzaamheden van de directeur omvat ten minste:
a. de realisatie van de doelstellingen van Staatsbosbeheer;
b. de strategie en de risico’s verbonden aan activiteiten;
c. de opzet en de werking van het financieel beheer en de interne risicobeheersings- en controlemechanismen opgezet conform het ‘three lines of defence model’;
d. het ondernemingsplan, het jaarverslag en het financiële verslag.
Van de uitkomsten van het toezicht ter zake doet de raad van toezicht melding in het jaarverslag.
- Citeren als
- Art. 2.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039530
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl