BWBR0039714
Geldig vanaf 05-07-2017
Artikel 7
Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2017
Inkomsten uit kinderalimentatie die het gezin heeft verworven over de periode waarin beroep wordt gedaan op onderstand, worden vrijgelaten voor zover de onderstand en de verworven inkomsten bij elkaar de hoogte van het minimumloon, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit onderstand BES, niet overschrijden.
Deze beleidsregel heeft de volgende achtergrond. Door middel van kinderalimentatie doet de onderhoudsplichtige ouder zijn onderhoudsplicht gestand en voorziet in de kosten voor verzorging en opvoeding van kind of kinderen. De situatie waarin kinderalimentatie geheel op de onderstand in mindering wordt gebracht resulteert in een lagere onderstandsuitkering, die het nemen van deze verantwoordelijkheid en het te gelde maken van eventuele aanspraken op kinderalimentatie ontmoedigt. Ook sluit dit niet aan bij de het breed gedragen belang dat alle kinderen kansrijk kunnen opgroeien, ook kinderen in een gezin met een laag inkomen. Met deze beleidsregel worden deze bezwaren weggenomen.
De wijze waarop de inkomsten uit kinderalimentatie worden vrijgelaten sluit aan bij de wijze waarop in artikel 19, eerste lid, van het Besluit Onderstand BES de vrijlating van inkomsten uit arbeid is geregeld (‘Inkomsten uit arbeid die de alleenstaande of het gezin heeft verworven over de periode waarin beroep wordt gedaan op onderstand, worden vrijgelaten voor zover de onderstand en de verworven inkomsten bij elkaar de hoogte van het minimumloon niet overschrijden’).
Onderstaand voorbeeld illustreert de werking van de beleidsregel. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende (theoretische) bedragen per twee weken:
Totaal van basisbedrag plus toeslagen USD 250
Kinderalimentatie USD 100
WML USD 415
Situatie zonder toepassing beleidsregel: onderstand = 250-100 = 150. Met toepassing van de beleidsregel wordt de kinderalimentatie volledig vrijgelaten, want de som van onderstand en kinderalimentatie ad (250 + 100=) 350 is lager dan het WML ad 415.
Grondslag: Artikel 18, tweede lid, onder a, (niet tot de middelen worden gerekend bijdragen van familie en derden voor zover deze naar het oordeel van Onze Minister uit een oogpunt van verlening van onderstand verantwoord zijn).
Deze beleidsregel heeft de volgende achtergrond. Door middel van kinderalimentatie doet de onderhoudsplichtige ouder zijn onderhoudsplicht gestand en voorziet in de kosten voor verzorging en opvoeding van kind of kinderen. De situatie waarin kinderalimentatie geheel op de onderstand in mindering wordt gebracht resulteert in een lagere onderstandsuitkering, die het nemen van deze verantwoordelijkheid en het te gelde maken van eventuele aanspraken op kinderalimentatie ontmoedigt. Ook sluit dit niet aan bij de het breed gedragen belang dat alle kinderen kansrijk kunnen opgroeien, ook kinderen in een gezin met een laag inkomen. Met deze beleidsregel worden deze bezwaren weggenomen.
De wijze waarop de inkomsten uit kinderalimentatie worden vrijgelaten sluit aan bij de wijze waarop in artikel 19, eerste lid, van het Besluit Onderstand BES de vrijlating van inkomsten uit arbeid is geregeld (‘Inkomsten uit arbeid die de alleenstaande of het gezin heeft verworven over de periode waarin beroep wordt gedaan op onderstand, worden vrijgelaten voor zover de onderstand en de verworven inkomsten bij elkaar de hoogte van het minimumloon niet overschrijden’).
Onderstaand voorbeeld illustreert de werking van de beleidsregel. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende (theoretische) bedragen per twee weken:
Totaal van basisbedrag plus toeslagen USD 250
Kinderalimentatie USD 100
WML USD 415
Situatie zonder toepassing beleidsregel: onderstand = 250-100 = 150. Met toepassing van de beleidsregel wordt de kinderalimentatie volledig vrijgelaten, want de som van onderstand en kinderalimentatie ad (250 + 100=) 350 is lager dan het WML ad 415.
Grondslag: Artikel 18, tweede lid, onder a, (niet tot de middelen worden gerekend bijdragen van familie en derden voor zover deze naar het oordeel van Onze Minister uit een oogpunt van verlening van onderstand verantwoord zijn).
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039714
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl