BWBR0039758
Geldig vanaf 07-07-2017
Artikel 4:55:2
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2017–2018
1. In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2017, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2018, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2018
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C:
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2017 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2017 en 2018 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2017 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2017 en 2018 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2017 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2017 en 2018 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2017, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2018, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2018
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C:
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2017 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2017 en 2018 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2017 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2017 en 2018 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2017 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2018 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2017 en 2018 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
- Citeren als
- Art. 4:55:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039758
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl