Artikel 1.1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
1. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
2. Besluit:Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;
3. De Wet:Wet op het financieel toezicht (Wft);
4. Professionele administratie: de administratie van: a. een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet;
b. degene die is vrijgesteld van het verbod als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid van de Wet;
c. degene die een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid van de Wet; of
d. een curator als bedoeld in artikel 68 van de Faillissementswet.
a. een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet;
b. degene die is vrijgesteld van het verbod als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid van de Wet;
c. degene die een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid van de Wet; of
d. een curator als bedoeld in artikel 68 van de Faillissementswet.
5. Datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel (DGS): datum van het oordeel van De Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak ten aanzien van de betreffende bank als bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b van de Wet;
6. Tijdelijk hoog deposito: een deposito als bedoeld in artikel 29.02, vierde lid van het Besluit.
1. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
2. Besluit:Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft;
3. De Wet:Wet op het financieel toezicht (Wft);
4. Professionele administratie: de administratie van: a. een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet;
b. degene die is vrijgesteld van het verbod als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid van de Wet;
c. degene die een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid van de Wet; of
d. een curator als bedoeld in artikel 68 van de Faillissementswet.
a. een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet;
b. degene die is vrijgesteld van het verbod als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid van de Wet;
c. degene die een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid van de Wet; of
d. een curator als bedoeld in artikel 68 van de Faillissementswet.
5. Datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel (DGS): datum van het oordeel van De Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak ten aanzien van de betreffende bank als bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b van de Wet;
6. Tijdelijk hoog deposito: een deposito als bedoeld in artikel 29.02, vierde lid van het Besluit.