BWBR0039820
Geldig vanaf 10-12-2022
Artikel 2.4
Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel
1. Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 3:261, eerste lid van de Wet, beschouwt DNB de volgende overheden als overheden op wie het depositogarantiestelsel niet van toepassing is, als bedoeld in artikel 29.01, tweede lid, aanhef en onderdeel a, sub 8 van het Besluit:
a. de Staat;
b. provincies;
c. gemeenten;
d. waterschappen;
e. de Openbare lichamen BES;
f. Buitenlandse en supranationale overheden die vergelijkbaar zijn met de overheden in onderdeel a tot en met e.
2. Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 3:261, eerste lid van de Wet, beschouwt DNB het depositogarantiestelsel wel van toepassing op entiteiten met een publiekrechtelijke grondslag die geen direct en integraal onderdeel zijn van de overheden bedoeld in het eerste lid.
a. de Staat;
b. provincies;
c. gemeenten;
d. waterschappen;
e. de Openbare lichamen BES;
f. Buitenlandse en supranationale overheden die vergelijkbaar zijn met de overheden in onderdeel a tot en met e.
2. Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 3:261, eerste lid van de Wet, beschouwt DNB het depositogarantiestelsel wel van toepassing op entiteiten met een publiekrechtelijke grondslag die geen direct en integraal onderdeel zijn van de overheden bedoeld in het eerste lid.
- Citeren als
- Art. 2.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039820
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl