BWBR0039944
Geldig vanaf 17-12-2014
Artikel 7
Reglement Raad van Bestuur Kadaster 2014
1. In vergaderingen van de directieraad nemen de directeuren deel aan de beraadslagingen en hebben zij in die vergaderingen voor wat betreft de besluitvorming een adviserende stem.
2. In vergaderingen van de directieraad wordt naar consensus gestreefd als bedoeld in artikel 5, eerste lid, in elk geval over de sturing van de Dienst, waaronder:
a. vraagstukken die bijdragen aan de integrale sturing van de Dienst;
b. vraagstukken die de taken van een directie overstijgen althans raakvlakken hebben met de taken van een andere directie;
c. vraagstukken ten aanzien waarvan besluiten moeten worden genomen die de bevoegdheden van een directeur dan wel, in geval een bestuurslid met het leiding geven aan een directie is belast, van dat bestuurslid overstijgen althans de bevoegdheden van meerdere leidinggevenden als hier in dit onderdeel bedoeld raken;
d. vraagstukken die de strategie van de Dienst raken, en
e. vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn.
3. De directeuren onthouden zich van het beraadslagen en het uitbrengen van een adviserende stem over zaken welke henzelf, hun echtgenoten of hun bloed- en aanverwanten tot in de derde graad persoonlijk aangaan.
2. In vergaderingen van de directieraad wordt naar consensus gestreefd als bedoeld in artikel 5, eerste lid, in elk geval over de sturing van de Dienst, waaronder:
a. vraagstukken die bijdragen aan de integrale sturing van de Dienst;
b. vraagstukken die de taken van een directie overstijgen althans raakvlakken hebben met de taken van een andere directie;
c. vraagstukken ten aanzien waarvan besluiten moeten worden genomen die de bevoegdheden van een directeur dan wel, in geval een bestuurslid met het leiding geven aan een directie is belast, van dat bestuurslid overstijgen althans de bevoegdheden van meerdere leidinggevenden als hier in dit onderdeel bedoeld raken;
d. vraagstukken die de strategie van de Dienst raken, en
e. vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn.
3. De directeuren onthouden zich van het beraadslagen en het uitbrengen van een adviserende stem over zaken welke henzelf, hun echtgenoten of hun bloed- en aanverwanten tot in de derde graad persoonlijk aangaan.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0039944
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl