BWBR0040611
Geldig vanaf 2018-02-08
Artikel 8
Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius
1. Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius zijn taken zelf naar behoren kan vervullen, wordt op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepaald dat in het openbaar lichaam Sint Eustatius verkiezingen voor de eilandsraad zullen plaatsvinden.
2. Indien niet vóór 1 december 2018 een besluit als bedoeld in het eerste lid is bekendgemaakt, blijven de eerstvolgende reguliere verkiezingen voor de eilandsraad in afwijking van de Kieswetin het openbaar lichaam Sint Eustatius achterwege. In dat geval worden op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, met inachtneming van artikel J 1 van die weteen nieuwe dag van kandidaatstelling en dag van stemming bepaald, waarbij kan worden afgeweken van artikel F 1, eerste lid, van die weten de in de artikelen G 1, achtste lid, G 2, achtste lid, G 3, eerste lid, G 4, derde lid, en G 5, tweede lid, van die wetbedoelde termijnen inzake registratie van aanduidingen van politieke groeperingen.
3. De dag van kandidaatstelling, bedoeld in het tweede lid, is uiterlijk maandag 1 februari 2021.
4. Na de eerstvolgende verkiezingen voor de eilandsraad in het openbaar lichaam Sint Eustatius geschiedt in afwijking van artikel V 4 van de Kieswethet onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde leden van de eilandsraad, bedoeld in dat artikel, door die leden.
5. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid en artikel 9, tweede lid, worden in afwijking van artikel Ya 24 van de Kieswetin het openbaar lichaam Sint Eustatius een of meer stembureaus en een hoofdstembureau ingesteld voor de verkiezing van de leden van het kiescollege voor de Eerste Kamer, bedoeld in § 3a van hoofdstuk Ya van die wet.
2. Indien niet vóór 1 december 2018 een besluit als bedoeld in het eerste lid is bekendgemaakt, blijven de eerstvolgende reguliere verkiezingen voor de eilandsraad in afwijking van de Kieswetin het openbaar lichaam Sint Eustatius achterwege. In dat geval worden op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, met inachtneming van artikel J 1 van die weteen nieuwe dag van kandidaatstelling en dag van stemming bepaald, waarbij kan worden afgeweken van artikel F 1, eerste lid, van die weten de in de artikelen G 1, achtste lid, G 2, achtste lid, G 3, eerste lid, G 4, derde lid, en G 5, tweede lid, van die wetbedoelde termijnen inzake registratie van aanduidingen van politieke groeperingen.
3. De dag van kandidaatstelling, bedoeld in het tweede lid, is uiterlijk maandag 1 februari 2021.
4. Na de eerstvolgende verkiezingen voor de eilandsraad in het openbaar lichaam Sint Eustatius geschiedt in afwijking van artikel V 4 van de Kieswethet onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde leden van de eilandsraad, bedoeld in dat artikel, door die leden.
5. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid en artikel 9, tweede lid, worden in afwijking van artikel Ya 24 van de Kieswetin het openbaar lichaam Sint Eustatius een of meer stembureaus en een hoofdstembureau ingesteld voor de verkiezing van de leden van het kiescollege voor de Eerste Kamer, bedoeld in § 3a van hoofdstuk Ya van die wet.