BWBR0040635
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 1:6
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
1. In zaken betreffende deze wet, uitgezonderd hoofdstuk 5, paragraaf 6en hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de woonplaats van betrokkene, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uitmaakt.
2. In zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, is uitsluitend bevoegd de rechter die bevoegd is de in artikel 2.3 van de Wet forensische zorgopgenomen beslissingen te nemen op grond van het Wetboek van Strafvorderingof het Wetboek van Strafrecht.
3. In zaken betreffende hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de plaats waar betrokkene verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt.
4. De beschikking van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad.
2. In zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, is uitsluitend bevoegd de rechter die bevoegd is de in artikel 2.3 van de Wet forensische zorgopgenomen beslissingen te nemen op grond van het Wetboek van Strafvorderingof het Wetboek van Strafrecht.
3. In zaken betreffende hoofdstuk 10, is uitsluitend bevoegd de rechter van de plaats waar betrokkene verblijft. Zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt.
4. De beschikking van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad.