1. De directeur is verantwoordelijk voor de leiding van de dagelijkse werkzaamheden van de stichting, als nader bepaald in een directiereglement, dat door het bestuur dient te worden vastgesteld.
2. Aan de directeur wordt mandaat verleend om namens het bestuur te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het nemen van een besluit, voortvloeiend uit
artikel 21 van de Zaaizaad- en plantgoedwet, het (algemene) toezicht op de naleving van de voorschriften, als bedoeld in
hoofdstuk 6 van deze wet, waaronder het verbinden van voorwaarden of voorschriften aan een erkenning of registratie, het schorsen, intrekken of doorhalen van een erkenning of registratie en het treffen van maatregelen als bedoeld in
artikel 47, alsmede om functionarissen van Naktuinbouw aan te wijzen, die de in dit lid genoemde beslissingen of maatregelen uitvoeren.
3. De directeur wordt gemachtigd om namens het bestuur te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. de uitgifte van legitimatiebewijzen aan keurmeesters of andere functionarissen van Naktuinbouw en
b. de beantwoording van aan het bestuur gerichte individuele brieven, het werkterrein van zijn directie betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend keurings-, kwaliteits-, kwaliteitszorg- en controlebeleid, terwijl ook overigens uit de aard en de inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door het bestuur of namens deze door de secretaris van Naktuinbouw dient plaats te vinden of te worden ondertekend.
4. Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel wordt aan de directeur een exclusieve bevoegdheid toegekend ter zake van de individuele leverancier en het individuele, geregistreerde of erkende bedrijf te beslissen, stukken uit te reiken of te doen uitreiken en te ondertekenen betreffende de uitvoering van
artikel 21 van de Zaaizaad- en plantgoedwet en het al dan niet voldoen aan het bepaalde in
hoofdstuk 6 van deze wet, welke stukken zijn: de mededeling tot opschorting of staking van activiteiten en het dwangbevel als bedoeld in artikel 21 van de Zaaizaad- en plantgoedwet, de berichten van keuring, de berichten van herkeuring, de bezoekrapportages, auditrapporten en de certificaten van Naktuinbouw, die betrekking hebben op het in de handel brengen van teeltmateriaal als in hoofdstuk 6 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet bedoeld.
5. De directeur is bevoegd aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen van Naktuinbouw schriftelijk ondermandaat, volmacht of machtiging verlenen voor de uitoefening van de bevoegdheden voortvloeiende uit de leden 2, 3, 4, 6 en 10 van dit artikel. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de tekst van dit besluit. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in dit lid wordt gezonden naar het Bestuur van Naktuinbouw en aan degenen aan wie ondermandaat is verleend.
6. De directeur wordt mandaat verleend om namens het bestuur te beslissen en stukken te ondertekenen inzake verzoeken op voet van de
Wet Openbaarheid van Bestuur, de
Wet Nationale Ombudsman en de mandateringen op basis van de
Plantenziektenwet en alle latere wijzigingen van deze Regeling en wetten.
7. De directeur treedt namens het bestuur op bij besprekingen en overleggen aangaande keuringsvoorschriften, zowel nationaal als internationaal, waaronder die ten behoeve van de Europese Commissie.
8. Bij afwezigheid of ontstentenis van de directeur wordt zijn plaats ingenomen door een door deze aan te wijzen Hoofd, dat zitting heeft in het managementteam van Naktuinbouw. In dat geval treedt dat Hoofd op als plaatsvervangend-directeur en heeft alle (operationele) verantwoordelijkheden en bevoegdheden die de directeur heeft indien het niet een aangelegenheid betreft die, gelet op aard en inhoud, door het bestuur of de secretaris dient te worden afgedaan en behoudens de bevoegdheid, als in lid 9 van dit artikel genoemd.
9. De directeur fungeert als bestuurder in het kader van alle verplichtingen en activiteiten voortvloeiend uit de
Wet op de Ondernemingsraden. Hij is gemandateerd tot het voeren van onderhandelingen met de werknemers inzake de arbeidsvoorwaardelijke regelingen van Naktuinbouw.
10. De directeur wordt gemachtigd om namens het bestuur te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de verzoeken gedaan door kwekersrechthouders als bedoeld in
artikel 64 van de Zaaizaad- en plantgoedwet.