BWBR0040830
Geldig vanaf 01-01-2018
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Naktuinbouw 2018
1. Voorts wordt, ter zake van de navolgende (juridische) aangelegenheden, de secretaris mandaat verleend om namens het bestuur te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. het niet-ontvankelijk verklaren van een op het werkterrein van Naktuinbouw betrekking hebbend bezwaarschrift, waarin geen sprake is van een besluit, dat vatbaar is voor bezwaar of beroep;
b. het niet-ontvankelijk, dan wel gegrond of ongegrond verklaren van een bezwaarschrift dat gericht is tegen een besluit, voortvloeiend uit artikel 21 van de Zaaizaad- en plantgoedwet, de keuringsreglementering als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze wet alsmede uit de verzoeken, als bedoeld in artikel 4 lid 6 van dit besluit, indien het niet betreft een bezwaarschrift dat, gelet op zijn aard en inhoud, door het bestuur dient te worden afgedaan;
c. de verdaging van een beslissing op een bezwaarschrift als bedoeld in de onderdelen a. en b. van dit artikellid;
d. verweerschriften en andere schrifturen in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter, voortvloeiende uit besluiten, genomen krachtens de onderdelen a. en b. van dit artikellid;
e. het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek tot voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel tegen rechterlijke uitspraken in gedingen, waarin Naktuinbouw partij is;
f. de vergoeding van de kosten van het voeren van bezwaar- of beroepsprocedures;
g. het behandelen van algemeen bestuurlijk-juridische aangelegenheden, niet zijnde de aangelegenheden als bedoeld in dit artikel, leden 1 en 2.
2. Het bestuur verleent de secretaris machtiging om – met het oog op het voeren van een gerechtelijke procedure waarbij Naktuinbouw partij is – namens het bestuur stukken (waaronder bezwaar-, beroep-, verweer- en klaagschriften) te doen opstellen, ondertekenen en te doen indienen, alsmede het bestuur ter zitting te vertegenwoordigen, haar als vertegenwoordiger te verklaren en aldaar te verrichten al hetgeen in het belang van het bestuur mocht worden geoordeeld, waaronder ingesteld beroep of berechting van geschillen, welke bij een geschillencommissie of voor een Nederlandse rechter aanhangig zijn gemaakt.
a. het niet-ontvankelijk verklaren van een op het werkterrein van Naktuinbouw betrekking hebbend bezwaarschrift, waarin geen sprake is van een besluit, dat vatbaar is voor bezwaar of beroep;
b. het niet-ontvankelijk, dan wel gegrond of ongegrond verklaren van een bezwaarschrift dat gericht is tegen een besluit, voortvloeiend uit artikel 21 van de Zaaizaad- en plantgoedwet, de keuringsreglementering als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze wet alsmede uit de verzoeken, als bedoeld in artikel 4 lid 6 van dit besluit, indien het niet betreft een bezwaarschrift dat, gelet op zijn aard en inhoud, door het bestuur dient te worden afgedaan;
c. de verdaging van een beslissing op een bezwaarschrift als bedoeld in de onderdelen a. en b. van dit artikellid;
d. verweerschriften en andere schrifturen in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter, voortvloeiende uit besluiten, genomen krachtens de onderdelen a. en b. van dit artikellid;
e. het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek tot voorlopige voorziening of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening of het instellen van een ander rechtsmiddel tegen rechterlijke uitspraken in gedingen, waarin Naktuinbouw partij is;
f. de vergoeding van de kosten van het voeren van bezwaar- of beroepsprocedures;
g. het behandelen van algemeen bestuurlijk-juridische aangelegenheden, niet zijnde de aangelegenheden als bedoeld in dit artikel, leden 1 en 2.
2. Het bestuur verleent de secretaris machtiging om – met het oog op het voeren van een gerechtelijke procedure waarbij Naktuinbouw partij is – namens het bestuur stukken (waaronder bezwaar-, beroep-, verweer- en klaagschriften) te doen opstellen, ondertekenen en te doen indienen, alsmede het bestuur ter zitting te vertegenwoordigen, haar als vertegenwoordiger te verklaren en aldaar te verrichten al hetgeen in het belang van het bestuur mocht worden geoordeeld, waaronder ingesteld beroep of berechting van geschillen, welke bij een geschillencommissie of voor een Nederlandse rechter aanhangig zijn gemaakt.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0040830
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl