BWBR0041548
Geldig vanaf 2018-11-16
Artikel 7
Wet bekostiging financieel toezicht 2019
1. Bij de toepassing van de artikelen 34en 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenwordt het afleggen van rekening en verantwoording voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, door de Nederlandsche Bank aangeduid als «verantwoording» in plaats van «jaarrekening».
2. In afwijking van artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganengaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie.
3. De jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, behoeft de goedkeuring van de Raad van toezicht onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, voordat deze bij Onze Ministers wordt ingediend.
2. In afwijking van artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganengaat de jaarrekening van de Autoriteit Financiële Markten vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen registeraccountant of Accountant-administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, die niet werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantsorganisatie.
3. De jaarrekening, onderscheidenlijk de verantwoording, behoeft de goedkeuring van de Raad van toezicht onderscheidenlijk de Raad van commissarissen, voordat deze bij Onze Ministers wordt ingediend.