BWBR0041767
Geldig vanaf 01-01-2019
Artikel 4
M&V-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal 2019
1. De portefeuillehouder niet zijnde de Griffier wordt --gelet op de onderlinge taakverdeling van de onder zijn verantwoordelijkheid vallende organisatieonderdelen en ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein-- mandaat verleend met uitzondering:
a. het beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot personele aangelegenheden;
b. het beslissen op bezwaarschriften in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming;
c. het beslissen naar aanleiding van een melding in het kader van de Klokkenluidersregeling;
d. de bevoegdheden die op grond van het derde en vierde lid van dit artikel aan de diensthoofden van de stafdiensten HR en FEZ zijn gemandateerd.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de portefeuillehouder in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied, tenzij anders in dit besluit bepaald;
b. het leidinggeven aan de rechtstreeks onder hem ressorterende diensthoofden;
c. de formele afhandeling van verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming;
d. de ontzegging van de toegang tot de gebouwen;
e. disciplinaire straffen;
f. schorsing en inhouding bezoldiging;
g. het verlenen van ontslag anders dan ontslag op eigen verzoek;
h. het toekennen van een parkeerplaats in de parkeergarage.
3. Aan het diensthoofd HR wordt mandaat verleend tot:
a. het coördineren en het behandelen van door ambtenaren ingediende bezwaarschiften en klachten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht;
b. het voeren van verweer en het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie in bezwaar- en beroepsprocedures tegen rechtspositionele besluiten en tegen besluiten van uitvoeringsorganisaties;
c. het uitvoeren van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer, de Wet schadeloosstelling uitkering en pensioen leden Europees Parlement;
d. het afhandelen van schadeclaims van bezoekers en ambtenaren van de Tweede Kamer.
4. Aan het diensthoofd FEZ wordt mandaat verleend tot:
a. het uitvoeren van het begrotingsbeheer en het dragen van de verantwoordelijkheid voor het kasbeheer;
b. het toezicht houden op de begroting, het financieel beheer en de uitvoering hiervan en het coördineren van onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering
c. het uitvoeren van de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer der Staten-Generaal;
d. het vaststellen van de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de informatie die is vastgelegd in de administraties die met betrekking tot het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering worden gevoerd;
e. het adviseren en ondersteunen van het Audit Committee;
f. het vaststellen van de betaallijsten van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
g. het afhandelen van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
5. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ kan de bevoegdheden genoemd in het vierde lid van dit artikel geheel of gedeeltelijk mandateren aan leidinggevenden en functionarissen van de stafdienst FEZ.
a. het beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot personele aangelegenheden;
b. het beslissen op bezwaarschriften in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming;
c. het beslissen naar aanleiding van een melding in het kader van de Klokkenluidersregeling;
d. de bevoegdheden die op grond van het derde en vierde lid van dit artikel aan de diensthoofden van de stafdiensten HR en FEZ zijn gemandateerd.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de portefeuillehouder in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied, tenzij anders in dit besluit bepaald;
b. het leidinggeven aan de rechtstreeks onder hem ressorterende diensthoofden;
c. de formele afhandeling van verzoeken op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming;
d. de ontzegging van de toegang tot de gebouwen;
e. disciplinaire straffen;
f. schorsing en inhouding bezoldiging;
g. het verlenen van ontslag anders dan ontslag op eigen verzoek;
h. het toekennen van een parkeerplaats in de parkeergarage.
3. Aan het diensthoofd HR wordt mandaat verleend tot:
a. het coördineren en het behandelen van door ambtenaren ingediende bezwaarschiften en klachten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht;
b. het voeren van verweer en het vertegenwoordigen van de ambtelijke organisatie in bezwaar- en beroepsprocedures tegen rechtspositionele besluiten en tegen besluiten van uitvoeringsorganisaties;
c. het uitvoeren van de Wet schadeloosstelling leden van de Tweede Kamer, de Wet schadeloosstelling uitkering en pensioen leden Europees Parlement;
d. het afhandelen van schadeclaims van bezoekers en ambtenaren van de Tweede Kamer.
4. Aan het diensthoofd FEZ wordt mandaat verleend tot:
a. het uitvoeren van het begrotingsbeheer en het dragen van de verantwoordelijkheid voor het kasbeheer;
b. het toezicht houden op de begroting, het financieel beheer en de uitvoering hiervan en het coördineren van onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering
c. het uitvoeren van de Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer der Staten-Generaal;
d. het vaststellen van de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de informatie die is vastgelegd in de administraties die met betrekking tot het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering worden gevoerd;
e. het adviseren en ondersteunen van het Audit Committee;
f. het vaststellen van de betaallijsten van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
g. het afhandelen van alle door de portefeuillehouders ter betaling aangeboden betaalstukken;
5. Het diensthoofd van de Stafdienst FEZ kan de bevoegdheden genoemd in het vierde lid van dit artikel geheel of gedeeltelijk mandateren aan leidinggevenden en functionarissen van de stafdienst FEZ.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041767
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl