BWBR0042037
Geldig vanaf 26-03-2019
Artikel 43
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2019–2020 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2019–2020
1. Tenzij in deze regeling anders is bepaald worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.
2. De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 6, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 12, 13, tweede lid, 15, 16, 17, 18, tweede lid, 26 en 28 vindt plaats op grond van de volgende percentages:
[tabel]
3. Het bekostigingsbedrag bedoeld in artikel 41 wordt uitbetaald in twee termijnen, te weten voor 45,4% in november 2019 en 54,6% in maart 2020.
4. De bekostigingsbedragen bedoeld in artikel 34, 35 en 36 worden telkens in één termijn uitbetaald.
2. De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 6, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 12, 13, tweede lid, 15, 16, 17, 18, tweede lid, 26 en 28 vindt plaats op grond van de volgende percentages:
[tabel]
3. Het bekostigingsbedrag bedoeld in artikel 41 wordt uitbetaald in twee termijnen, te weten voor 45,4% in november 2019 en 54,6% in maart 2020.
4. De bekostigingsbedragen bedoeld in artikel 34, 35 en 36 worden telkens in één termijn uitbetaald.
- Citeren als
- Art. 43
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042037
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl