BWBR0042316
Geldig vanaf 01-07-2019
Artikel VII
Wet centraliseren tolkvoorzieningen auditief beperkten, luisterlijnen en vertrouwenswerk jeugd
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. De artikelen II, onderdelen A en B, onderdeel C voor zover het betreft het nieuwe artikel 3a.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en onderdeel E, artikel III en artikel V werken terug tot en met 1 januari 2018. In afwijking van de vorige zin werkt artikel II, onderdeel B, voor de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Berkelland, ’s-Gravenhage, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Rotterdam, Utrecht en Zoetermeer terug tot en met 1 januari 2019.
3. In afwijking van artikel 3a.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan tot 1 januari 2019 voor een telefonisch gesprek als bedoeld in artikel 3a.1.2 van de Wmo 2015, een bijdrage per gespreksminuut worden gevraagd.
2. De artikelen II, onderdelen A en B, onderdeel C voor zover het betreft het nieuwe artikel 3a.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en onderdeel E, artikel III en artikel V werken terug tot en met 1 januari 2018. In afwijking van de vorige zin werkt artikel II, onderdeel B, voor de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Berkelland, ’s-Gravenhage, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Rotterdam, Utrecht en Zoetermeer terug tot en met 1 januari 2019.
3. In afwijking van artikel 3a.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan tot 1 januari 2019 voor een telefonisch gesprek als bedoeld in artikel 3a.1.2 van de Wmo 2015, een bijdrage per gespreksminuut worden gevraagd.
- Citeren als
- Art. VII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042316
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl