BWBR0046057
Geldig vanaf 21-12-2021
Artikel 3
M&V-besluit Ambtelijke organisatie Tweede Kamer der Staten-Generaal augustus 2022
1. De directeur Huisvesting en CIO worden – gelet op de onderlinge taakverdeling van de onder zijn verantwoordelijkheid vallende portefeuille en ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein – mandaat verleend met uitzondering van:
a. het beslissen op een melding in het kader van de Klokkenluidersregeling;
b. het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst in het geval een medewerker doorwerkt na het bereikt hebben van de AOW-gerechtigde leeftijd;
c. met een medewerker overeenkomsten te sluiten, betreffende de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst en daarbij al dan niet een regeling te treffen die de wettelijke transitievergoeding overschrijdt;
d. de bevoegdheden waartoe de diensthoofden van HR en FEZ bij uitsluiting van anderen op grond van dit artikel gevolmachtigd zijn.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat en volmacht van de directeur Huisvesting en CIO in ieder geval betrekking op:
a. het mandaat en volmacht tot het uitoefenen van integraal management, tenzij anders in dit besluit bepaald, waaronder --doch niet uitsluitend-- begrepen: ordemaatregelen en straffen als bedoeld in de CAO Rijk;
b. het mandaat tot het nemen van het besluit tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met een diensthoofd of medewerker die rechtstreeks onder de directeur Huisvesting of CIO ressorteert;
c. het mandaat tot het nemen van het besluit tot het overgaan tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met een diensthoofd of medewerker die onder de directeur Huisvesting of CIO ressorteert;
d. het mandaat tot het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om toestemming aan het UWV om een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met een diensthoofd of medewerker die rechtsreeks onder de directeur Huisvesting of CIO ressorteert op te zeggen;
e. het mandaat tot de formele afhandeling van verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
f. het mandaat tot het toekennen van een parkeerplaats in de parkeergarage;
g. de volmacht tot het onderteken van de financiële maandverantwoording richting ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
a. het beslissen op een melding in het kader van de Klokkenluidersregeling;
b. het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst in het geval een medewerker doorwerkt na het bereikt hebben van de AOW-gerechtigde leeftijd;
c. met een medewerker overeenkomsten te sluiten, betreffende de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst en daarbij al dan niet een regeling te treffen die de wettelijke transitievergoeding overschrijdt;
d. de bevoegdheden waartoe de diensthoofden van HR en FEZ bij uitsluiting van anderen op grond van dit artikel gevolmachtigd zijn.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat en volmacht van de directeur Huisvesting en CIO in ieder geval betrekking op:
a. het mandaat en volmacht tot het uitoefenen van integraal management, tenzij anders in dit besluit bepaald, waaronder --doch niet uitsluitend-- begrepen: ordemaatregelen en straffen als bedoeld in de CAO Rijk;
b. het mandaat tot het nemen van het besluit tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met een diensthoofd of medewerker die rechtstreeks onder de directeur Huisvesting of CIO ressorteert;
c. het mandaat tot het nemen van het besluit tot het overgaan tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met een diensthoofd of medewerker die onder de directeur Huisvesting of CIO ressorteert;
d. het mandaat tot het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om toestemming aan het UWV om een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, met een diensthoofd of medewerker die rechtsreeks onder de directeur Huisvesting of CIO ressorteert op te zeggen;
e. het mandaat tot de formele afhandeling van verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
f. het mandaat tot het toekennen van een parkeerplaats in de parkeergarage;
g. de volmacht tot het onderteken van de financiële maandverantwoording richting ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046057
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl