BWBR0046078
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 7.1
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wetwordt afgegeven aan:
a. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van: 1°. een kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
2°. een houder van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.2;
3°. een houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene met de vermelding «voormalig houder van een Europese blauwe kaart»;
4°. een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
5°. een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
6°. een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.7.
1°. een kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
2°. een houder van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.2;
3°. een houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene met de vermelding «voormalig houder van een Europese blauwe kaart»;
4°. een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
5°. een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
6°. een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.7.
b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, en is toegelaten voor verblijf bij: 1°. een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°. een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is afgegeven;
1°. een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°. een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is afgegeven;
c. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die is toegelaten onder een beperking verband houdend met onderzoek als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
d. de afhankelijke gezinsleden van de in artikel 7.5 genoemde vreemdelingen.
a. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van: 1°. een kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
2°. een houder van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.2;
3°. een houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene met de vermelding «voormalig houder van een Europese blauwe kaart»;
4°. een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
5°. een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
6°. een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.7.
1°. een kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
2°. een houder van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.2;
3°. een houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene met de vermelding «voormalig houder van een Europese blauwe kaart»;
4°. een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
5°. een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
6°. een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.7.
b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, en is toegelaten voor verblijf bij: 1°. een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°. een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is afgegeven;
1°. een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°. een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is afgegeven;
c. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die is toegelaten onder een beperking verband houdend met onderzoek als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
d. de afhankelijke gezinsleden van de in artikel 7.5 genoemde vreemdelingen.