BWBR0046932
Geldig vanaf 25-06-2026
Artikel 5
Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen
1. De minister stelt een rangschikking op van de binnengekomen volledige aanvragen voor woonruimten voor aandachtsgroepen en behandelt de aanvragen volgens die rangschikking.
2. De rangschikking van aanvragen vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van toekenning:
a. een aanvraag met uitsluitend onzelfstandige woonruimten voor aandachtsgroepen;
b. een aanvraag voor zelfstandige woonruimten voor aandachtsgroepen waarbij per ten hoogste twintig zelfstandige woonruimten ten minste een gemeenschappelijke ruimte aanwezig is.
3. Indien het plafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt en meerdere aanvragen op basis van de criteria, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komen voor de subsidie, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
2. De rangschikking van aanvragen vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van toekenning:
a. een aanvraag met uitsluitend onzelfstandige woonruimten voor aandachtsgroepen;
b. een aanvraag voor zelfstandige woonruimten voor aandachtsgroepen waarbij per ten hoogste twintig zelfstandige woonruimten ten minste een gemeenschappelijke ruimte aanwezig is.
3. Indien het plafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt en meerdere aanvragen op basis van de criteria, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komen voor de subsidie, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0046932
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl