BWBR0048191
Geldig vanaf 11-07-2023
Artikel 3
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023
1. De secretaris-generaal is overeenkomstig het Besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499) belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en ten aanzien van specifieke, bij instructie van de secretaris-generaal aangewezen taken, is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 6, 7 en 8, bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de secretaris-generaal.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en ten aanzien van specifieke, bij instructie van de secretaris-generaal aangewezen taken, is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 6, 7 en 8, bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de secretaris-generaal.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048191
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl