BWBR0048272
Geldig vanaf 13-06-2023
Artikel 105
Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
1. Het lid dat schriftelijke vragen wil stellen aan een minister dient deze vragen bij de Voorzitter in. De vragen dienen kort en duidelijk geformuleerd te zijn.
2. De Voorzitter zendt de vragen aan de betrokken minister, tenzij hij van oordeel is dat de vragen woorden als bedoeld in artikel 71 bevatten.
3. De Voorzitter brengt de doorgezonden vragen ter kennis van de leden en maakt deze openbaar.
4. Het besluit van de Voorzitter vragen al dan niet door te zenden, is geen besluit in de zin van artikel 16, tweede lid.
5. De vragen worden met de schriftelijke antwoorden opgenomen in het Aanhangsel van de Handelingen.
2. De Voorzitter zendt de vragen aan de betrokken minister, tenzij hij van oordeel is dat de vragen woorden als bedoeld in artikel 71 bevatten.
3. De Voorzitter brengt de doorgezonden vragen ter kennis van de leden en maakt deze openbaar.
4. Het besluit van de Voorzitter vragen al dan niet door te zenden, is geen besluit in de zin van artikel 16, tweede lid.
5. De vragen worden met de schriftelijke antwoorden opgenomen in het Aanhangsel van de Handelingen.
- Citeren als
- Art. 105
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0048272
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl