BWBR0049111
Geldig vanaf 2023-12-31
Artikel 11.1
Wet minimumbelasting 2024
1. De over een verslagjaar verschuldigd geworden belasting wordt op aangifte voldaan.
2. In afwijking van artikel 10, tweede lid, eerste zin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingenstelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan zeventien maanden na het einde van het verslagjaar.
3. In afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingenis de belastingplichtige gehouden de belasting overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen binnen zeventien maanden na het einde van het verslagjaar.
4. Indien artikel 8.4, zevende lid, toepassing vindt op een bedrag aan binnenlandse bijheffing vervalt de betalingsverplichting voor dat bedrag aan binnenlandse bijheffing.
5. Voor de toepassing van hoofdstuk IV van de Algemene wet inzake rijksbelastingenop de minimumbelasting wordt onder tijdvak verstaan: het verslagjaar, bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de Wet minimumbelasting 2024.
2. In afwijking van artikel 10, tweede lid, eerste zin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingenstelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan zeventien maanden na het einde van het verslagjaar.
3. In afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingenis de belastingplichtige gehouden de belasting overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen binnen zeventien maanden na het einde van het verslagjaar.
4. Indien artikel 8.4, zevende lid, toepassing vindt op een bedrag aan binnenlandse bijheffing vervalt de betalingsverplichting voor dat bedrag aan binnenlandse bijheffing.
5. Voor de toepassing van hoofdstuk IV van de Algemene wet inzake rijksbelastingenop de minimumbelasting wordt onder tijdvak verstaan: het verslagjaar, bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de Wet minimumbelasting 2024.